Inleiding

 

Bekend is dat de Gereformeerde kerk van Rockanje op 26 juni 1887 tot Reformatie of instelling der ambten kwam.

Het was al geruime tijd voordien dat men zich onder het gezag van de toenmalige Ned. Herv. Kerk ter plaatse wilde onttrekken. De reden was dat daar niet meer de zuivere Gereformeerde leer van voor 1816 verkondigd werd. Men wilde terugkeren tot de Dortse Kerkorde 1618/1619, die tot 1816 ook door de Ned. Herv. Kerk van Rockanje in gebruik was.

 

Plaats van samenkomst.

 

Er worden door broeders en zusters die niet meer in de Ned. Herv. Kerk wilden kerken, samenkomsten gehouden, volgens overlevering op de boerderij “Waelenstein”. Deze boerderij, eigenaar en bewoner D. Hoogvliet, stond aan de Vleerdamsedijk, dat nu het tegenwoordige Vredeheim is.

De Vleerdamsedijk werd toen in de volksmond ook wel “Waelsendijk” genoemd. Die samenkomsten hield men dan op de ruimte bij de karnmolen. Er was toen mogelijk geen andere ruimte beschikbaar. Dit zou dan geweest moeten zijn vóór 1871. Dit blijkt n.l. uit het volgende: Blijkens een proces-verbaal van veiling en afslag van onroerende goederen op de 22ste en 29ste augustus 1870 voor de toen te Brielle residerende notaris Hendrik Louis Mijnand van Kreuijne, werd door D. Hoogvliet te Rockanje gekocht en ging daarmee in eigendom aan hem over de drie percelen bij het kadaster tot 1871 als volgt aangeduid:

 

 

Perceel B143

Boomgaard

1840 m2

Perceel B144

Huis en erf

500 m2

Perceel B145

Tuin

240 m2

 

Tezamen


2580 m2

Dit alles is gelegen aan de Vleerdamsedijk. Er stond dus maar één huis en verder was het boomgaard en tuin.

In 1871 werd de nummering op de kadastrale legger gewijzigd, omdat de bebouwing geheel gewijzigd was. Het aantal opstallen was nu als volgt:

 

Perceel B 143 Tuin

1840 m2

Perceel B 746 Huis, smederij, erf

322 m2

Perceel B 747 Huis, erf

330 m2

Perceel B 748 Kerk, erf

88 m2

 


Tezamen


2580 m2

In de woning naast de kerk heeft toen het echtpaar Pieter Hoogenboom zijn intrek genomen. Deze hielden ook de kerk schoon en waren dus het eerste kostersechtpaar van onze kerk. P. Hoogenboom gaf indertijd de eerste gift van ƒ0,50 voor de bouw van een nieuwe kerk (1912) aan de Vleerdamsedijk. Hij overleed op 4 november 1904. Zij waren de grootouders van wijlen Opa (Pieter) Hoogenboom, die woonde aan de Middelweg 1 te Rockanje.

Door de vroeger in Rockanje gewoond hebbende Freek Hoogvliet Wzn., werd indertijd aan de hand van informatie en een ets van huisschilder Haspel, een schets gemaakt van hoe het geheel er rond 1887 uitgezien moet hebben.

Schets

 

Na de nieuwbouw van de kerk aan de Vleerdamsedijk in 1912, werd van het hierboven bedoelde kerkje een kosterswoning en consistorie gemaakt.

Dat er te Rockanje reeds godsdienstoefeningen werden gehouden voor de instituering door broeders en zusters die de Ned. Herv. Kerk ter plaatse niet erkenden als kerk die de juiste leer verkondigde, blijkt ook voor een deel uit het eerste notulenboek (1887) van onze kerk. Daarin wordt vermeld dat de heer P.J.J. Gooris uit Brielle als lerend ouderling in deze diensten voorging. Al werd er dan niet vermeld, waar die diensten gehouden werden. Dat het kerkje er voor gebruikt werd, is duidelijk.

 

Briefwisseling met de Ned. Herv. Kerk.

Ook in De Tinte dat onder Rockanje behoorde, wat de Ned. Herv. Kerk betrof, werden om dezelfde redenen, door broeders en zusters omstreeks 1883 reeds godsdienstoefeningen gehouden. Deze hield men in een gebouwtje aldaar. Ook daar trad de heer P.J.J. Goris uit Brielle op. Gezamenlijk heeft men de uittreding uit de Ned. Herv. Kerk van Rockanje voorbereid. Er kwam een briefwisseling met de Ned. Herv. Kerk tot stand. De eerste brief gaf duidelijk aan waarom men tot dit schrijven was gekomen. Hieronder volgt de brief van de broeders W. v.d. Linde en C. Jongejan, zoals deze meer dan 100 jaar geleden geschreven werd.

 

“Aan de Kerkeraad de Hervormde gemeente te Rockanje”

De ondergeteekende wenden zich met ernstige aandrang tot den Kerkeraad hunner Gemeente om te verzoeken dat de Kerkeraad de Reformatie hunner Kerk ter hand neme:

In de 16e eeuw in hune Kerk juist door haar protest en verzet tegen de Hiërarchie Gereformeerd geworden.

Weer een Hiërarchie te dulden is alzoo het werk der vaderen te niet doen en ons langzamerhand en ongemerkt op Roomse paden leiden.

En overmits nu alle Kerke met elkaar in één verband staan en dus ook uit de Synode over de Kerken komt en derhalve ook voor de vervolging van Gods volk in Amsterdam, Rotterdam en andere plaatsen zoo Verstaan zij niet hoe de Kerkeraad deze zaak noch op zich laat liggen.

Zij hadden gewenscht dat hun herder en opzieners krachtens hunne heilige roeping ook in deze zaak over de kudde zouden gewaakt hebben.

Nu zij hier echter niets van hooren en zij als geloovige ook op hun eigen ambt hebben toe te zien, wenden zij zich tot den Kerkeraad om te mogen weten, of de Kerkeraad deze zaak ter hand neemt, dan of zij, door te zwijge en stil te zitte haar op het ambt der geloovige schuift.

Mogt de Kerkeraad, binnen veertien dagen na dagteekening dezes, op bovengenoemde vraag geen antwoord hebben gezonden, zullen zij het er voor houden, dat zij daarop afwijzend heeft beschikt.

Rockanje den 5e mei 1998 Wm. v.d. Linde Jbz. C. Jongejan.

 

Hier volgen verder twee brieven van de Ned. Herv. Kerk van Rockanje als antwoord op bovenstaande brief.

 

“De Kerkeraad der Ned. Herv. Gemeente te Rockanje,
belast met het toezicht op de belijdenis en den wandel van de leden zijner gemeente en de handhaving der Kerkelijke orde, volgens het Reglement voor K.O. en T.:
vernomen hebbende, dat door u pogingen zijn aangewend, die bewijzen, hoe gij door woord en daad ten duidelijkste toont, U van de Ned. Herv. af te scheiden;
overwegende, dat dit Uw optreden in strijd is met de Reglementen en Besluiten onzer Kerk;
Noodigt U, Bouwen Langendoen, woonachtig te Rockanje, ten dringenste uit, om te verschijnen voor den Kerkeraad onzer gemeente, in Zijne vergadering, te houden op Vrijdag 1 Juli 1887, des avonds te zeven uur, in de consistoriekamer.
Zullen bij niet – verschijnen te Uwen opzichte gehandeld worden volgens art. 3 A.R. voor de Ned. Herv. Kerk.

De Kerkeraad der Herv. Gemeente Rockanje

In zijnen naam: D.A. Brinkerink, predikant.

I. Siefers, diaken.

 


 

 

Aan de heer Bouwen Langendoen
te Rockanje

De Kerkeraad der Hervormde Gemeente te Rockanje,

Vernomen hebbende, dat de Heeren Marinus Groenveld, Cornelis Jongejan, Bouwen Langendoen en Willem van der Linde Jbz., lidmaten der Hervormde Gemeente te Rockanje, zich zouden hebben schuldig gemaakt aan verstoring van orde en rust;

Overwegende, dat genoemde lidmaten bij schrijven van de 28sten Juni 1887, door den Kerkeraad der Hervormde Gemeente van Rockanje ten dringenste zijn uitgenodigd geworden,
om in zijne vergadering te verschijnen, te houden op Vrijdag 1 Juli 1887, ten luide zich, naar Art. 4 en Art. 7 van het Reglement voor Kerkelijk Opzicht en Tucht, openlijk te verantwoorden, en in hunne verdediging te worden gehoord;

Voorts overwegende. Dat de hierboven vermelde personen zijn benoemd tot leden van eenen Kerkeraad bij de zich noemende “dolerende gemeente” alhier, en als zoodanig teven openlijk zijn bevestigd geworden in hunne ambten door de Heer J. Baijema, laatstelijk predikant bij de Hervormde Gemeente te Zuidland, op zondag 26 Juni 1887;

Overwegende, dat genoemde personen door dit hun optreden in Krachtig verzet zijn gekomen tegen de bestaande, wettige verordeningen onzer Kerk;

Overwegende, dat uit datzelfde optreden te duidelijkste blijkt, hoe zij door woord en door daad beiden getoond hebben zich openlijk te willen afscheiden van de Nederlands Hervormde Kerk, en dat zij mitsdien niet meer tot deze behoren;

Luidelijk overwegende, dat de vier bovengenoemde lidmaten, door niet te verschijnen op de voorgeschreven Kerkeraadsvergadering van 1 Juli 1887, den Kerkeraad ook niet in de gelegenheid gesteld hebben, om bestaande verkeerdheden door raadgeving en terechtwijzing, in den geest der broederlijke liefde, uit den weg te ruimen;

Gezien vooral art. 3 van het Algemeen Reglement; verklaart de Heeren Marinus Groeneveld, Cornelis Jongejan, Bouwen Langendoen en Willem van der Linde Jbz., voor schuldig aan verstoring van orde en rust;

Ontzet heb derhalve van het lidmaatschap der Nederlandsche Hervormde Kerk;

En bepaalt, dat afschrift van deze Uitspraak binnen acht dagen zal worden gezonden aan ieder der bezwaarden, en te zijner tijd, volgens art. 28 van het Reglement voor Kerkelijk Opzicht en Tucht, ook aan het Classikaal Bestuur van Brielle.

Aldus gedaan in de vergadering van den Hervormde Gemeente te Rockanje, gehouden 1 Juli 1887.

Tegenwoordig de leden: D.A. Brinkerink, Voorzitter Secretaris van den Kerkeraad; H. Kruik, P. Nieuwland Kzn., A. Kruik Bz. ouderlingen;

I. Siefers en J.J. de Gruyter diakenen.

 

Rockanje, 1 Juli 1887. Was getekend door alle genoemde personen.

Voor een eensluidend afschrift: D.A. Brinkerink, Secretaris van den Kerkeraad der Hervormde Gemeente te Rockanje.

 

Hier volgt nog een brief van onze kerk aan de Hervormde Gemeente.

 

Aan H.H. Kerkvoogden der Hervormde Gemeente te Rockanje.

Opzieners en armverzorgers van de gemeente onzes Heeren Jezu Christi alhier hebben de eer bij deze ter kennisse va H.H. Kerkvoogden te brengen dat zij in hunne vergadering van 22 Juli 1887, Ziende welk gevaar ene langer verblijven onder de Synodale Hiërarchie voor den Welstand onzer Kerk opleverde, besloten hebben om aan de Kerkorde, die in 1816 door de toenmalige Regering was ingevoerd, voortaan voor onze Kerk alle kracht en geldigheid te ontnemen en alsnu wederom tot de geldigheid laten komen de Kerkorde, die, ’t laatst in 1619 herzien sinds meer dan twee eeuwen hier gegolden had;

Voorts, dat zij hen uitnodigen, mededeling van dit gewichtige besluit aan de H.H. Notabelen te doen; en eindelijk, dat zij H.H. Kerkvoogden uitnodigen wel zorg te willen dragen, dat de goederen nu onder hun beheer niet aan hun bestemming onttrokken worden, maar, voor als na ten dienste van de gemeente mogen verblijven.

Uit naam en op last van de Kerkeraad voornoemd.

Rockanje den 25ste Juli 1887 B. Langendoen, ouderling.

M. Groeneveld, diaken.

 

Al deze brieven zijn ook uitgeschreven in de notulen van 1887 van de Ned. Herv. Kerk te Rockanje, in het notulenboek van 1850-1915.

 

In de brief gericht aan de Kerkeraad der Ned. Herv. Gemeente te Rockanje van de Algemene Synode der Nederlands Hervormde Kerk werd als datum van de instituering van onze kerk vermeld “Die zich, op den 22e Juli 1887 als College saâmkomende, onder voorzitting van de Consulent, als Kerkeraadsleden hebben geconstitueerd”. Bij ons is echter de datum van bevestiging der ambtsdragers – 26e Juni 1887 – aangehouden, als datum van instituering.

Uit het lidmaten boek van de Ned. Herv. Kerk blijkt onder andere dat Willem van der Linde zich in 1879 had afgescheiden en Bouwe Langendoen in Juli 1887.

De eerste ledenvergadering werd gehouden op 31 Mei 1887 in het gebouw “ter Evangelisatie” aan “De Tinte” onder Rockanje. Deze aanduiding “aan De Tinte onder Rockanje” komt men meerdere keren tegen in de notulen. Hier wordt bedoeld: In de Buurtschap Tinte, dat toen onder de burgerlijke gemeente Rockanje viel. Tegenwoordig vormen Oostvoorne, Rockanje en Tinte met elkaar de gemeente Westvoorne.

Deze vergadering werd geleid door de consulent, Ds. J. Baijema van Zuidland. In deze vergadering worden door de manslidmaten (aantal werd niet genoemd) de ouderlingen en diakenen gekozen. Tot ouderlingen werden gekozen: Bouwe Langendoen en Cornelis Jongejan en als diakenen: Willen van der Linde en Marinus Groeneveld.

“Aldus werd op de 31ste mei 1887 de eerste grondslag gelegd tot wederopbouw van de Kerk van Christus te Rockanje en om haar los te maken van een Gode en Zijn Gezalfden en Zijn Heilig Woord Vijandige Synodale Organisatie van 1816 welke, geheel in strijd met de historie onzer Kerken en met Gods Heilig Woord, den Kerken opgelegd.” Zo staat woordelijk in het notulenboek opgetekend.

Een belangrijke datum voor de geschiedenis van de Gereformeerde Kerk van Rockanje/Tinte was dus 26 juni 1887. Op die datum werden de gekozen broeders in hun ambt bevestigd door de consulent Ds. J. Baijema van Zuidland.

Op deze dag worden de ambten ingesteld en komt de kerk van Rockanje/Tinte tot reformatie. We kunnen zeker aannemen dat dit voor de broeders en zusters van Rockanje/Tinte een hoogtijdag geweest is. Men kan weer predikanten laten voorgaan die de Gereformeerde belijdenis zijn toegedaan. Men leest dan verder in de notulen” “Nadat men de ambten had ingesteld, ging men direct over tot afwerping van het juk der Synodale Hiërarchie en besluit men om terug te keren tot de Kerkorde van Dordrecht van 1618/1619. Welke tot 1816 ook voor de kerk van Rockanje in gebruik was en nooit metterdaad is afgeschaft. Vervolgens besluit men om weer den ouden naam te voeren nl. Nederduitsch Gereformeerde Kerk van Rockanje en van een en ander kennis te geven aan Z.M. den Koning; aan den Edelachtbaren Burgemeester van Rockanje; aan de Kerkvoogden en Notabelen der Ned. Herv. Gemeente van Rockanje en aan de reeds uitgetreden Gemeenten of Kerken.”

Deze brieven werden op schrift gesteld door broeder P.J.J. Gooris te Brielle. In de kerkenraadsvergadering van 22 juli 1887 wordt broeder P.J.J. Gooris voor het opstellen van de brieven, door de consulent, Ds. Baijema, namens de Kerkeraad dank gezegd.


Brief synode deel 1

 

Rockanje-Tinte

Zowel in Rockanje als Tinte had men een gebouw om kerkdiensten in te houden. Men had niet elke zondag een predikant, maar volgens overlevering gebeurde het wel dat als men in Tinte een predikant had, de mensen uit Rockanje naar Tinte wandelden en amdersom.

Op de kerkenraadsvergadering van 27 april 1888 worden in het doopboek “een paar kinders” ingeschreven, omdat op de dag van dopen, 2 oktober 1887 een geboortebewijs aanwezig was. Deze dopelingen waren:

  1. Pieter, zoon van J.M. Hoogenboom en A. van Marion, geboren 4 juni 1887 en
  2. Jan, zoon van Aart van Rij en Maria Noordam, geboren op 11 juli 1887.

Deze twee waren de eerste kinderen die na de instituering te Rockanje werden gedoopt.

Op deze zelfde kerkenraadsvergadering vermaant de consulent de broeders om het geschil over het gebouw aan de Tinte in der minne te schikken. De broeders moeten zich niet van elkander verwijderen, waardoor de goede zaak in haar gang wordt belet. Wat precies de problemen waren met het gebouw wordt niet vermeld. Uit het verslag van de kerkenraadsvergadering van 7 juni 1889 is op te maken dat er een geschil liep over de vraag: waar kerken we? In Rockanje of in Tinte. Op 7 juni 1889 wordt door de broeders schuld beleden “Waar zij de gemeente niet gebouwd maar verwoest heeft door welke nu de broederhand wordt toegereikt hoopende dat nu broederlijk gehandeld zal worden overeenkomstig de kerkorde gegrond op Gods Heilig Woord en de Heere nog een verbeurden zegen mag en kan schenken op ons verbeurd werk.”

Verder wordt besloten dat de sprekers om beurten voorgaan in Rockanje en “aan de Tinte”.

Per 21 juni 1889 wordt het consulentschap voor onze gemeente opgedragen aan Ds. Cramer van Nieuw-Helvoet.

In het Kerkenraadsverslag van 4 juli 1889 wordt gesproken over het aannemen van nieuwe lidmaten. Ouderling Jongejan maakt daar bezwaar tegen lettende op de verstrooiing in de gemeente die bestaat. Hij wil dit eerst opgeruimd hebben om dan samen broederlijk de gemeente te weiden en regeren. Ook op de volgende kerkenraadsvergadering van 21 juli 1889 wordt gesproken over de toestand in de gemeente en ook over het geschil dat bestaat tussen de broeders, maar men kan niet tot een goed einde komen, daar de tijd te kort wordt. Vervolgend wordt overgegaan om nieuwe lidmaten te ondervragen. Dat zijn P. Hoogvliet Dz., L. Hoogvliet Lz., A. Langendoen, J. Hoogenboom, F. Hoogvliet en A. Eland. Deze worden door de voorzitter (Ds. Cramer) ondervraagd. De vragen werden waarschijnlijk goed beantwoord, waarna de voorzitter hen gelukwenste met de bede dat zij tot zegen voor de gemeente mochten zijn.

Vervolgens moesten zij tweemaal aan de gemeente voorgesteld worden, waarna ze na goedkeuring door de classis voor de gemeente bevestigd werden. Zij waren de eerste lidmaten die belijdenis deden!

Notulen

Notulen kerkenraadsvergadering

 

Op de kerkenraadsvergadering can 29 augustus 1889 wordt de verkiezing van een ouderling en een diaken behandeld. Besloten wordt om zolang de kwestie tussen Tinte en Rockanje niet is opgelost, geen aftreding te doen plaats hebben. Hierna gaven de ouderling en diaken van Rockanje een wettige reden op om uit hun ambt te treden. Dit besluit moet de kerkenraad billijken. Waarschijnlijk gaat het ook hier om het feit waar “gekerkt” zal worden: in Rockanje of in Tinte. De kerkenraad stelt in plaats van hen voor als ouderling A. Eland en als diaken A. Langendoen. Zullen tweemaal aan de gemeente voorgesteld worden. Op de volgende vergadering waren de broeders van Tinte afwezig. Wel waren aanwezig zeven leden van de gemeente. Men gaat over tot verkiezing van een ouderling en een diaken, broeder A. Eland wordt gekozen tot ouderling en broeder A. Langendoen tot diaken. Alleen Eland neemt zijn benoeming aan. Op een volgende vergadering op 9 oktober werden kandidaten gesteld voor het ambt van diaken, nl. P. Hoogvliet en C. van Nugteren.

In de ene kerkenraad die er was voor Rockanje en Tinte samen, zullen de “belangen” wel voor verwijdering tussen de broeders hebben gezorgd.

In het laatst van oktober 1889 wordt er een ledenvergadering gehouden om een diaken te kiezen. Tegenwoordig waren Ds. Cramer (consulenyt), de kerkenraad en 8 leden. Er werden enige aanmerkingen gemaakt over de stemming. Enkele leden ter vergadering niet aanwezig, hadden stembriefjes ingediend. De consulten zegt dat dit meer geschiedt en vindt het geen bezwaar. Na stemming bleek dat C. van Nugteren 13 stemmen en P. Hoogvliet 1 stem had verkregen en er waren 2 blanco stemmen. Dus C. van Nugteren was gekozen.

De kerkenraad zet de vergadering voort en besluit te Rockanje om de veertien dagen catechisatie te houden en in Tinte elke week, wat ieder voor zich moet bekostigen. Vermoedelijk had men geen gemeenschappelijke kas.

Uit alles blijkt dat de samenwerking tussen Rockanje en Tinte veel te wensen overliet. Zulks blijkt ook wel uit een verslag van de kerkenraadsvergadering te Rockanje dd. 11 juli 1890. Deze wil “de classe” verzoeken geen tweede kerkenraad in “de Tinte te stellen”, daar dit niet in het belang van de gemeente is.

 


Rockanje en Tinte apart verder.

 

Ingevolge een besluit van de classis op 8 mei 1890 deelt Ds. Cramer op de kerkenraadsvergadering van 12 mei 1890 mee, dat Tinte voorlopig van Rockanje is gescheiden. Rockanje gaat nu over om kandidaten te stellen en wel voor ouderling B. Langendoen en A. Langendoen en voor diaken P. Hoogvliet en F. Hoogvliet.

Op 2 juni 1890 is er een kerkenraadsvergadering waarbij tegenwoordig zijn Ds. Cramer en Ds. Knol als kerkvisitatoren. Aan de orde is verkiezing van een ouderling en een diaken. Aanwezig waren 11 mansleden. Tot ouderling werd gekozen B. Langendoen en tot diaken P. Hoogvliet Dzn.

Op de kerkenraadsvergadering van 24 juli 1890 wordt besloten een avondmaalstafel te maken.

Men kende in die tijd ook aan maandelijke contributie, want Eland werd opgedragen deze te innen. Van vaste vrijwillige bijdrage was nog geen sprake. Wel werd er zitplaatsengeld geïnd. Hoeveel dat was per stoel, wordt in de notulen niet altijd vermeld. Uit het kasboek komen we echter te weten dat in 1893 aan zitplaatsengeld ƒ 30,75 per maand werd opgehaald. In 1896 werd het zitplaatsengeld verhoogd tot ƒ 0,75 per stoel per jaar. Op 17 oktober krijgt “vrouw” Hoogenboom machtiging om het zitgeld op te halen.

Op 8 juni 1891 besluit men een avondmaalsstel te kopen. Een collecte daarvoor bracht ƒ 21,50 op. De gemeenteleden werden voorts nog bezocht, waarna besloten werd het avondmaalsstel te bestellen. Ene heer Voigt (lerend ouderling) was de gemeente rond geweest; er werd vermoedelijk voldoende toegezegd. De heer Voigt is meermalen in kerkdiensten voorgegaan.

Op de kerkenraadsvergadering van 11 augustus 1891 is een verzoek van de kerk van Tinte ingekomen om inzage in de boeken, die onder ons beheer zijn. Er wordt besloten te schrijven dat dit kan, maar tegen betaling van de aan ons verschuldigde gelden. Tinte had vermoedelijk nog een schuld te vereffenen. Van een goede verstandhouding als genabuurde kerk is jammer genoeg geen sprake. Ook in latere kerkenraadsvergaderingen komt dit tot uiting.

 

Op 14 september 1891 werd een belangrijk besluit genomen wat de kerkdiensten betrof. Tot nu toe werd er één kerkdienst per zondag gehouden. Men besloot in het vervolg elke zondag twee diensten te houden.

In het toen in gebruik zijnde kerkje – later verbouwd tot kosterswoning en consistorie – was de verstaanbaarheid van de sprekers bepaald niet van een goede kwaliteit, want er werd op 16-11-1891 besloten een klankbord boven de preekstoel te maken.

In 1892 besluit de synode van de Gereformeerde Kerken de naam van de plaatselijke kerken als volgt aan te duiden: Gereformeerde Kerk met plaatsnaam daar achter.

Dat in die tijd al een verlangen bestond om een eigen predikant te hebben, blijkt uit de notulen van 1 december 1892. Er werden twee broeders nl. C. van Nugteren en P. Hoogvliet benoemd om Ds. v.d. Kamp van Maasland te gaan horen. Van dat horen werd de kerkenraad verslag gedaan. Blijkbaar was deze predikant goed in de smaak gevallen, want er werd goed gevonden om te onderzoeken (bij de classis) of financiële ondersteuning was te krijgen zodat Ds. van der Kamp beroepen kon worden. Op 29-12-1892 deelt Ds. v.d. Kamp mede dat jij vooreerste niet naar Rockanje kan komen.

Het was voor Rockanje niet op te brengen een predikant volledig te bekostigen.

Notulen uit notulenboek 1887.

Ds. J.J. Koopmans

 

Op 27 juli 1893 wordt in aanwezigheid van drie kerkenraadsleden en 8 manslidmaten besloten (met 10 van de 11 stemmen) om Ds. J.J. Koopmans van Stellendam - die met emeritaat was gegaan- te vragen of hij te Rockanje wil komen wonen; om “in ’s Heeren wijngaart hier te komen arbeiden”. Voor elke keer dat Ds. Koopmans een kerkdienst zal leiden, ontvangt hij ƒ 4,=. Ook wordt “Zijne eerwaarde” vrijgesteld van het betalen van huishuur tot een maximum van ƒ 50,= per jaar.

In september 1893 is Ds. Koopmans in Rockanje komen wonen en op 18 september wordt hij door de kerkenraad welkom geheten. Ds. Koopmans werd in Rockanje niet als predikant bevestigd. Dit gaf later met de classis nogal eens strubbelingen. Onder andere met het dopen en het vieren van het Heilig Avondmaal.

Op de kerkenraadsvergadering van 9 oktober 1893 wordt medegedeeld dat br. Bouwe Langendoen op 25 september was overleden, 69 jaar oud (geb. 5-12-1823).

Op een vergadering van 2 april 1894 wordt besloten om een zolder boven de gang van de kerk te maken, mogelijk omdat daar ook enkele zitplaatsen beschikbaar kwamen.

In december 1896 wordt een schoolcommissie benoemd, die als taak krijgt te onderzoeken of een Chr. school levensvatbaarheid heeft.

Op voorstel van de heer P. Hoogvliet Dz. wordt op 27 januari 1898 besloten een huis voor een predikant op het dorp te kopen. In de volgende kerkenraadsvergadering besluit men over de koop van dat huis later nog eens te onderhandelen.

 


Aankoop kerk

 

Op 21 november 1899 is er een ledenvergadering belegd speciaal om over het kopen van de kerk te praten. De kerk met 2 woonvertrekken en tuin is te koop voor ƒ1.500,=. Er wordt gestemd en de uitslag is : 13 voor, 1 tegen en 1 “buitenstemming”. Vermoedelijk was dat iemand die zich er buiten wilde houden. Op 17 december 1899 is er bericht van D. Hoogvliet te Brielle dat de kerk te koop is zoals hiervoor vermeld voor ƒ 1.500,=. Op 18 december is de gemeente bij elkaar geroepen en na langdurige besprekingen wordt besloten om de kerk te kopen en daarvoor geld te lenen. Enkele leden bieden geld en anderen willen borg worden. Op 11 januari 1900 wordt overeengekomen om het benodigde geld voor aankoop van de kerk te lenen van C. v. Nugteren tegen 4 ¼ procent.

Op 27 februari 1900 wordt de kerk aan de Vleerdamsedijk door notaris Antonie Hermans te Brielle overgeschreven op naam van de Gereformeerde kerk te Rockanje voor ƒ 1.200,=. De overschrijvingskosten zijn ƒ 24,=. De kerk werd verzekerd voor ƒ 2.000,=. De overschrijving is dus ƒ 300,= minder als de vraagprijs.

Op 15 april 1901 deelt Ds. Koopmans mede dat hij onze gemeente gaat verlaten, zijn vrouw is in april 1901 overleden. Hij vertrekt naar Grijpskerke.

Vervolgens wordt in mei 1903 nog gesproken over het kopen van de dijk tegenover de kerk. Hierover wordt later niet meer geschreven.

In verband met het opknappen van de kerk in 1903 wordt van C. v. Nugteren ƒ 150,= geleend. In de notulen van 30 maart 1903 lezen wij : “om er een houten plavon in te maken en in plaats van die houten binten er ijzeren voor in de plaats te brengen”.

Op de kerkenraadsvergadering van 16 januari 1905, wordt een ingekomen verzoek van het bestuur van de schoolvereniging behandeld om grond te kopen van de kerk. De kerkeraad is hier wel toegenegen als er geen geschiktere plaats te vinden is. In maart 1905 komt men eindelijk tot overeenstemming en kan de schoolvereniging een deel van de grond kopen voor ƒ 300,=.

In februari 1904 besluit men om een ijzeren hek voor de kerk te plaatsen. C. v. Nugteren krijgt de opdracht. Hij gaat er mee akkoord dat niet direct betaald wordt, onder voorwaarde dat over het gedeelte dat niet op 1 april 1907 betaald is, 4¼ % rente wordt berekend. Dat men van tijd tot tijd krap in de financiële middelen zat, blijkt wel uit het kerkenraadsverslag van 7 januari 1907 : de kerk ƒ 3,79 in kas en de diakonie bezat ƒ 12,85.

Tinte doet 28 januari 1907 een verzoek aan Rockanje om een gezamenlijke kerkenraadsvergadering te houden. Rockanje is daartoe bereid. Over de door­gang van die vergadering wordt verder geen melding gemaakt. Er zou gesproken worden over gezamenlijke bediening des woords.

 

Op 21 april 1907 wordt er een commissie benoemd om een plan te maken en de kosten te berekenen van de verbouw van de woonhuizen naast de kerk. In ja­nuari 1908 gaat men er mee akkoord de huizen te verbouwen als er geld voor te krijgen is. Over deze verbouwing wordt verder niets meer vermeld. De wonin­gen die leeg stonden worden verhuurd aan de gebr. Turenhout voor ƒ 0,75 per week met het hoekje tuin erbij.

 

Nieuwbouw kerk

 

Er volgen nu een aantal rustige jaren, althans de notulen in ogenschouw genomen. Maar op 1 november 1910 wordt gesproken over het verbouwen van de kerk; er zijn namelijk zitplaatsen te weinig. Men gaat eerst bekijken of er geld voor te krijgen is om daarna naar omstandigheden te handelen. In februari 1911 praat men verder over de verbouwing van de kerk. Er moet een begroting komen en geïnformeerd wordt naar een hypotheek. Tevens worden de aannemers voor een bespreking gevraagd, over het verbouwen van huis en kerk.

Op 15 maart 1911 komt er een voorstel van Tinte om beide kerken te combineren en gezamenlijk over te gaan tot het beroepen van een dienaar des woords. Dit voorstel wordt in stemming gebracht en men besluit om het voorstel aan te houden.

Op dezelfde vergadering wordt besloten om de kerk met 30 zitplaatsen en een consistorie uit te breiden. Op 6 mei 1912 valt er echter een heel ander besluit en wel om een nieuwe kerk te bouwen met consistorie.

Vervolgens is er op 21 mei 1912 weer een vergadering, er bleek nog een tekort te zijn van ƒ 600,=. maar I. van Rij krijgt opdracht om door te gaan met het maken van het bestek, zodat er een aanbesteding gehouden kan worden. Voorts moet er een schuurtje van steen gebouwd worden, waarin ‘vrouw’ Hoogenboom, kosteres, haar intrek kan nemen tijdens de bouw van de kerk. (Zij wilde tijdens de bouw daar blijven wonen.)

De aannemers moeten de inschrijvingsbiljetten verzegeld insturen. De aanbesteding van de bouw van de nieuwe kerk en de verbouwing van de oude kerk tot kosterswoning en consistorie vindt plaats op 8 augustus 1912. Dit alles met inbegrip van de afbraak van de twee woningen en de smederij. De uitslag van de aanbesteding was als volgt

 

Mestelwerk Joh. Moree ƒ 2.074,--
Smidwerk D. Hoogvliet ƒ 216,85
Schilderwerk A.P. Moree ƒ 274,85
Timmerwerk A. en I. van Rij ƒ 1.700,=
Totaal ƒ 4.264,60

 

 

De oplevering van de kerk zal plaats vinden op 1 november 1912 en die van de kosterswoning op 1 december 1912. De hierboven genoemde aannemers waren de laagste inschrijvers. In een vorige kerkenraadsvergadering was al besloten dat broeder A. Eland de eerste steen zou leggen en daar moest dan een “weinig bij getrakteerd worden op wat koffie en kleingoed”. De kosteres Hoogenboom moest daar voor zorgen.

De bouw ging geheel volgens plan, begin oktober werd de 1e en 2e termijn betaald. De broeders zouden er weer op uit gaan om geld te vragen bij de leden voor de volgende termijn. Het tekort bedroeg toen nog ongeveer ƒ 1.000,=.

Op 13 november komt timmerman I. van Rij op de vergadering om te spreken over de oude “predikstoel” en of de oude banken weer in de kerk moeten. De wens was echter om nieuwe banken te kopen, maar de kas liet dat niet toe. Bij het begin van de bouw was ook nog een commissie benoemd, bestaande uit de heren P. v. Rij en A. Eland, om ingekomen vragen van de aannemers zo mogelijk te beantwoorden. De bouwmaterialen moesten door de leden aangevoerd worden, vanzelfsprekend kosteloos.

Op donderdag 19 december 1912 is het dan zover dat de nieuwe kerk op de Vleerdamsedijk, (thans garage Wijn) in gebruik kan worden genomen. De uitnodigingen waren verzonden o.a. Ds. v. Lummel van Zuidland; Ds. Aalbers; de kerkenraden van Brielle en Tinte en Nieuw Helvoet; Burgemeester en Wethouders van Rockanje; Ds. Diemer en L. Hoogvliet uit Brielle. Ook werd nog kennis gegeven aan de scriba van de classis Rotterdam en Schiedam “doordat wij hulp gekregen hebben van die classe”.

In de namiddag om 5 uur had de plechtige inwijding plaats door de consulent Ds. Smallegangen van Brielle met genodigden en kerkleden.

Van links naar rechts, staande: Jac. Langendoen Sr., Chr. Winkelhorst Sr., A. Langendoen Sr.,
zittend: A. Eland, niet bekend, niet bekend, Ds. Smallegangen.

 

 

In het notulenboek is vermeld:

“Inwijding der nieuwgebouwde Gereformeerde Kerk op Donderdag 19 December 1912 des s’avonds om 5 uur. Door Ds. Smallegangen van Brielle met de tekstwoorden uit Psalm 150 – 6de vers “Alles wat adem heeft, love den Heere Halleluja.”

Hoe de opening verder is geweest, wordt in de notulen niet vermeld, er zal na afloop wel een kop koffie gedronken zijn. De kosteres van die tijd was “vrouw” Hoogenboom. De kerkenraad was al eens van oordeel geweest dat na de bouw van de kerk, aan haar geen “kofvieboone” meer zullen worden gegeven, maar in plaats daarvoor beter een brood gegeven kon worden. Men kan nu over zo’n beslissing van toen wel het hoofd schudden, maar het tekent natuurlijk wel de armoede die er in die tijd heerste. Wat haar gegeven werd was bedoeld als ondersteuning.

School en kerk

Christelijke school en Gereformeerde Kerk, Rockanje

Vleerdamsedijk

Gereformeerde Kerk Vleerdamsedijk.

 

 

De schuld van de nieuwe kerk als eerste hypotheek en obligatiën

 

Hypotheek van

J. Hoogvliet

ƒ 800,--

 


Obligatiën van

P. van Rij

ƒ 1000,--

18 sept. 1912

 


Jb. Langendoen

ƒ 400,--

18 sept. 1912

 


Ad. Langendoen

ƒ 800,--

21 okt. 1912

 


A. Lievaart

ƒ 500,--

21 okt. 1912

 


T. van Rij

ƒ 500,--

22 nov. 1912

 


Johannis Lievaart

ƒ 500,--

1 febr. 1913

 


Dwd. L. Hoogvliet

ƒ 200,--

5 jan. 1913

 


Andries Langendoen

ƒ 400,--

1 juli 1913

 

 

Tinte probeert weer samenwerking met Rockanje te krijgen op 22 September 1913. Tinte doet het voorstel om gecombineerde kerkenraadsvergaderingen te houden, dan eens in Tinte en dan weer te Rockanje. Rockanje gaat daarmee akkoord. Er zal voor die vergaderingen een notulenboek worden aangeschaft en de eerste vergadering zal gehouden worden op donderdag 11 december 1913 in de consistorie te Tinte.

 

 

Kerk en Politiek.

 

Wat nu niet meer denkbaar zou zijn vond plaats op 8 december 1913. De kerkenraadsvergadering werd, nadat de kerkelijke zaken waren afgehandeld, voortgezet als vergadering van de kiesvereniging. Meester Pool gaf een schoone inleiding ten gehore, waarna de vergadering werd gesloten. De notulen werden ondertekend door de voorzitter en de scriba van de kerkenraad.

 

 

Centrale verwarming.

 

In de vergadering van 29 augustus 1916 wordt al gesproken over centrale verwarming in de kerk. Besloten wordt aan kerken die reeds centrale verwarming bezitten inlichtingen te vragen. In de notulen wordt verder over deze zaak geen melding meer gemaakt.

Kerk schoonmaken.
Willy Noordermeer, Geertje van Rij, Pietje Noordermeer,
Corry Kruik, Dina Langendoen, Dirkje Lievaart,
Dien Langendoen, Cor Capier. Een niet bekend.

 

 

 

Van links naar rechts, Rientje van Marion, Corry Kruik, Jannetje Noordermeer, Maartje Langendoen,
Geertje van Rij, Trijntje van Nugteren, Dirkje Lievaart, Jaapje Hoogvliet, Huugje Kleyburg,
bij de telefoonpaal Jaapje “Steur”.

 

 

 

Elektrische verlichting.

 

Daar er in de kerk nog geen elektrische verlichting aanwezig was, besloot men op 26 november 1920 dit aan te laten leggen. Het duurt tot 7 augustus 1922 eer dat er in de notulen weer melding van wordt gemaakt. Er zijn drie inschrijvers geweest, te weten : 1. Goudriaan voor de prijs van ƒ 126,75; 2. De Gruiter voor de prijs van ƒ 165,= en 3. Roelofs voor de prijs van ­ƒ 135,=. Vervolgens wordt onderzocht welke lampen worden aangeboden. Aan de hand daarvan zal men zien wie de laagste inschrijver is. De broeders A. Langendoen en Jb. Langendoen worden aangewezen dit te doen. Voor de kosterswoning moet ook nog een prijsopgaaf gevraagd worden en wel aan Goudriaan. Vermoedelijk is hierna spoedig het elektrisch licht aangelegd, want verder wordt er geen melding meer van gemaakt.

 

 

 

Het kostersschap.

 

Met een vaste koster wilde het allemaal niet zo lukken. Tussen 1913 en 1919 zijn er enkelen geweest, te weten : mej J. Eland, mej. M. Hoogvliet, dhr. L. Rietdijk, dhr. J. Verburg en daarna dhr. A. Lievaart.

 

Beroepingswerk — Oefenaar.

 

1923 wordt een belangrijk jaar voor de kerk. Reeds eerder was gesproken over het beroepen van een predikant of een oefenaar, maar vanwege de financiën kon dit geen doorgang vinden. In februari besluit men om de heer A.J. Hardeman (oefenaar) uit Wageningen in maart onze kerk een zondag te laten dienen. In april gaat men over inlichtingen in te winnen betreffende deze oefenaar. Op 24 mei wordt een ledenvergadering gehouden om de heer A.J. Hardeman als lerend ouderling in Rockanje te benoemen. Tevens wordt er besproken hoe aan geld te komen voor de bouw van een pastorie. Voorts wordt nog gesproken over het salaris van de heer Hardeman. Er wordt een salaris voorgesteld van ƒ 60,= per maand vrij van belasting - uitgezonderd van zijn vermogen -.

De heer Hardeman laat weten dat hij eerst nog met zijn vrouw wil komen kijken. Men gaat daarmee akkoord, want dan kan hij gelijk die zondag de dienst waarnemen.

Op 31 augustus 1923 is er een vergadering met de consulent, Ds. Mol. Deze stelt verschillende vragen aan de kerkenraadsleden betreffende de heer Hardeman en bespreekt de voorwaarden en de financiële zaken die daar bij te pas komen. Ds. Mol geeft de raad om de heer Hardeman voor één jaar te benoemen met drie maanden opzeg termijn en een salaris van ƒ 720,= per jaar en vrije personele belasting; 8 vrije zondagen, waarvan er 4 vervallen als het salaris tot ƒ 900,= verhoogd kan worden. Dit alles moet eerst mondeling besproken worden met de heer Hardeman. Vervolgens is er aan deze zaak op 3 september nog een ledenvergadering gewijd. Op die ledenvergadering wordt besloten heer Hardeman niet meer te betalen dan ƒ 720,= per jaar met 8 vrije zondagen. Alle belastingen samen te vatten tot een maximum van ƒ 50,=, de verhuiskosten komen voor rekening van de kerk. De benoeming geschiedt voor twee jaar, met stilzwijgende verlenging van één jaar. Wordt door beide zijden anders besloten, dan geldt een opzeggingstermijn van drie maanden. Bij ziekte blijft het traktement gehandhaafd, bij mogelijk sterfgeval kan zijn vrouw een half jaar blijven wonen.

Op 8 oktober laat de heer Hardeman weten dat hij het beroep heeft aangenomen. Een tijdelijke woning wordt voor de heer Hardeman gevonden te Oostvoorne. Op zondag 11 november 1923 wordt hij als lerend ouderling bevestigd, vermoedelijk door consulent Ds. Mol.

Foto

Van links naar rechts, voorste rij: Corry Kruik, Geertje van Rij, Jannetje Noordermeer, Trijntje van Nugteren,
achterste rij: Dirkje Lievaart, Dientje Langendoen, Dien Langendoen, Jaapje Hoogvliet, Huugje Kleyburg, Rientje van Marion

 

 

 

 

Foto

Van links naar rechts, Geer Eland, Dien Langendoen, Corry Kruik, Marie Eland, Jaapje Hoogvliet, Pie Noordermeer, Geer van Rij,
Dirkje Lievaart, Dientje Langendoen, Huugje Kleyburg, in de deur koster Lievaart.

 

 

Foto

Van links naar rechts,
staande: Dien Langendoen, Rientje van Marion, Jaapje Hoogvliet, Dirkje Lievaart, Dientje Langendoen,
zitttend: Jannetje Noordermeer, Trijntje van Nugteren, Geertje van Rij, Corry Kruik, Huugje Kleyburg.

 

 

Pastorie Dorpsweg.

 

De plannen voor een predikantswoning maakten ook goede voortgang. Wed. Hoogvliet is genegen 50 roede grond te verkopen voor de pastoriebouw, tegen ƒ 10,= de roede, op de hoek Dorpsweg - Vleerdamsedijk. In de notulen van 10 januari 1924 lezen we dat voor ƒ 25,= een uitpad voor dat perceel gekocht kon worden van de heer Beijer. Begin februari zijn de stukken, betreffende het perceel bouwgrond van Notaris Van den Blink te Brielle gereed om te tekenen.

In de notulen van 5 februari 1924 wordt vermeld dat de inschrijving kan plaats vinden. Door timmerman C. v. Kempen en de metselaar K. v.d. Knaap zal de pastorie gebouwd worden. Met inbegrip van schilderswerk, loodgieterswerk en aanleg elektrisch licht komt de prijs op ƒ 6.100,=. De heer I. v. Rij te Oostvoorne wordt aangesteld als opzichter tegen 3 % vergoeding van de aanneemsom, dus ƒ 183,= met inbegrip van het maken van bestek en tekeningen.

De heer A.J. Hardeman zal de eerste steen leggen.

Eerste steen Dorpsweg

Eerste steenlegging pastorie aan de Dorpsweg.

 

 

Op 10 juni 1924, dus in vier maanden tijd, is het zover dat de heer en mevrouw Hardeman kunnen verhuizen naar de pastorie. De heer A. Langendoen en de wed. Kleiburg worden gevraagd om met hun auto te helpen verhuizen. Anderen bieden ook nog hulp aan en de dames zullen de pastorie schoonmaken.

 

 

 

Knapenvereniging — koster.

 

Het is wel een jaar vol energie voor Gereformeerd Rockanje; op de kerkenraadsvergadering van 30 juni 1924 wordt melding gemaakt van de oprichting van een knapenvereniging op 6 juni j.l., aanvankelijk met 13 leden.

Knapenverening

Knapenvereniging met leiders.

 

Bij de pastorie moet ook nog een welpomp komen, anders is men geheel afhankelijk van hemelwater.

Achter de kerk moet een afdak komen, zodat de rijwielen bij slecht weer ook droog staan. In januari 1926 krijgt de penningmeester toestemming om een ijzeren geldkistje te kopen om geld en andere waardevolle stukken in op te bergen.

Op 12 januari wordt voorgesteld het traktement van de heer Hardeman te stellen op ƒ 900,=, voorlopig voor één jaar.

Aan het eind van het jaar, 30 november 1925 wordt afscheid genomen van de heer A. Lievaart als koster. Hij wordt daarbij dank gezegd voor wat hij voor de gemeente gedaan heeft. Op de volgende vergadering wordt de benoeming van de heer P. Groeneveld als koster aan de orde gesteld en ook het verhuren aan hem van de kosterswoning met tuin voor ƒ 52,= per jaar. Na overleg met zijn vrouw gaat de heer Groeneveld akkoord. Alleen dat hij per week ƒ 1,-- moet betalen voor woning en tuin vindt hij wel wat veel. Hij tekent vervolgens de instructie voor het schoonhouden van de kerk. Per 1 december 1925 werd hij tot koster benoemd. Na enige keren om vrij wonen gevraagd te hebben, werd hem dit per 1 april 1929 verleend.

 

 

 

 

Meester Pool.

 

Na een jaar van betrekkelijke rust, komen er toch weer wat problemen om de hoek kijken, er zijn wat meningsverschillen, die niet altijd direct opgelost kunnen worden. O.a. met broeder Pool. Hij was eerst onderwijzer, later hoofdonderwijzer van de Christelijk Nationale School in Rockanje. Als kerkenraadslid en lid van de Evangelisatie Commissie trad hij wel eens eigenmachtig op, o.a. door als niet afgevaardigde naar de classisvergadering te gaan om daar zijn klachten over schoolzaken en kerkenraad te bespreken.

 

 

 

Traktement/vaste vrijwillige bijdragen.

 

Per 1 januari 1927 wordt het traktement van de heer Hardeman gesteld op ƒ 1.050,-- onder vermelding dat hij dan zelf de belasting moet betalen. Later wordt dit nog gewijzigd in ƒ 900,-- traktement plus ƒ 150,-- voor belasting zal daarbij gegeven worden.

Op 25 januari 1928 is er een ledenvergadering . Op deze vergadering komt de kerkenraad met een voorstel om over te gaan tot het invoeren van vaste vrijwillige bijdrage voor de kerk. Dit voorstel wordt uitvoerig uiteengezet en men dringt er bij de leden op aan dit voorstel aan te nemen, daar dit in het belang van de gemeente is en voor het gemak van de kerkenraad. In het daaraan voorafgaande jaar was het zeer moeilijk om op tijd aan de verplichtingen te voldoen. Er volgt een heftige discussie waarna de stemming resulteerde in 15 voor, 8 tegen en 2 blanco. Op de volgende kerkenraadsvergadering, 3 februari komt een broeder ter vergadering om te spreken over het voorstel van de vaste vrijwillige bijdragen. Hij raadt dit voorstel af omdat hij meent dat hierdoor wel eens onenigheid in de gemeente kan ontstaan. De voorzitter zet zijn standpunt uiteen en weerlegt de bezwaren van die broeder. Deze broeder zegt tenslotte dat de kerkenraad van hem ƒ 300,-- kan lenen en wel renteloos om het tekort in de kas dat vooral de eerste maanden van het jaar bestaat, op te heffen. Dit wordt door de kerkenraad in dank aanvaard.

Op 3 juni 1929 deelt koster P. Groeneveld schriftelijk mede dat hij per 1 augustus a.s. ontslag wil als koster. Op 8 juli wordt benoemd tot koster de heer Plantsoen van Oostvoorne per 1 augustus 1929.

 

 

Contract Br. Hardeman.


In juli 1929 blijkt dat een aantal broeders het contract wil verbreken met de heer Hardeman en wel per 1 november 1929. Diverse besprekingen worden gevoerd met die broeders. Deze willen dat de kerkenraad een ledenvergadering belegt. De kerkenraad wil eerst een gesprek met die broeders waarbij de consulent aanwezig is. Uiteindelijk wordt er een buitengewone ledenvergadering belegd op 6 augustus 1929. Daar zijn aanwezig Ds. Westerhuis als consulent en 37 leden. Ds. Westerhuis heeft de leiding. Aan het eind van de vergadering volgt er een stemming, wie voorstemt, stemt voor handhaving van het contract. Er worden 37 geldige stemmen uit gebracht, waarvan 23 voor en 14 tegen, zodat het contract met de heer Hardeman voor een jaar verlengd wordt. Ds. Westerhuis spreekt nog een ernstig slotwoord.

Op 14 juli 1930 is er weer een ledenvergadering en moet er wederom gestemd worden over verlenging van het contract. 21 Broeders zijn voor verlenging en 14 tegen. Het blijft voor de voorganger en de kerkenraad een moeilijke tijd. De algehele onderlinge verhouding zal daar wel onder geleden hebben.

Waarom men het contract met de heer Hardeman wilde verbreken, komt in feite op het volgende neer. Hij was een man die een eigen wil had, ook goed van zich af kon spreken, maar in sommige gevallen de problemen met een te vastberaden eigen mening beoordeelde. Hij ondervond zodoende nogal eens tegenstand in de kerkenraads- en gemeentevergaderingen. De meest geuite klachten betreffende de heer Hardeman waren : Dat hij teveel de baas speelde; te persoonlijk en soms hatelijk kon zijn; dat hij kerkelijke berichten wel liet plaatsen in de Brielsche Courant en niet in de eigen kerkbode.

Er komt een schrijven van koster Plantsoen waarin deze mededeelt dat hij per 1 april 1931 met ontslag wil. Dit wordt hem ook verleend. Over het kosterschap was al eerder, n.l. op 3 december 1930 een schrijven binnen gekomen van de heer K. Wijn. Deze vroeg om in aanmerking te mogen komen voor het kosterschap als de heer Plantsoen zou bedanken.

Op de ledenvergadering van 26 januari 1931 wordt gesproken over een busdienst voor de leden van Oostvoorne om de kerkdiensten in Rockanje te bezoeken.

Ook werd in diezelfde vergadering gesproken over familiebanken, dit om de jeugd bij de ouders in de banken te laten plaatsnemen. De leden zien daar de noodzaak niet van in, maar de kerkenraad wil dat toch nog nader onder ogen nemen.

Over het betalen van de belasting voor de heer Hardeman volgde een heftige discussie. Daarna werd de vergadering gesloten.

In verband met het bedanken als koster door de heer Plantsoen, werd op de kerkenraadsvergadering van 16 februari 1931, de heer Kornelis Wijn per 1 april als koster benoemd. Na ondertekening van de voorwaarden, is zijn benoeming een feit.

Op deze vergadering komt ook aan de orde het verloten van familiebanken. De leden blijken hier niet eenparig achter te staan. De hoofden van huisgezinnen zullen te zijner tijd van de regeling in kennis worden gesteld. De verloting gaat dan ook niet door. Op de kerkenraadsvergadering van 20 april zijn er 11 bezwaarschriften. Men is het dan ook eenparig eens deze zaak maar te laten rusten. Ook de spreek- of preektijd wordt aan de orde gesteld, dat wil zeggen dat de kerkdiensten niet langer mogen duren dan l ½ uur. Na enige bespreking wordt dit voorstel aangenomen, ook de voorganger gaat er mede akkoord onder voorwaarde dat als deze bepaling van tijd mocht worden overschreden, de kerkenraad daar geen aanmerking op zal maken. Ook wordt een voorstel gedaan om de preekstoel te laten zakken, ten gerieve van de dichtstbij zittende hoorders. Dit kan nog geen goedkeuring krijgen, maar men besluit wel dat de koster moet onderzoeken wat dit eventueel zou gaan kosten.

De scriba brengt naar voren dat hij inzage behoort te hebben van alle ingekomen stukken en dat deze stukken onder berusting van de scriba of in het archief behoren en hij ook een sleutel van het archief moet hebben. De voorzitter is het niet met alles eens en dit zal nog nader besproken worden.

Op de ledenvergadering van 24 februari 1932 gaat men na een toelichting van de voorzitter, over tot invoering van het stille gebed.

 

 

 

Vertrek broeder Hardeman.

 

Op 2 augustus 1932 is een schrijven van voorganger Hardeman ter tafel, in verband met de opzegging van zijn contract per 1 november 1932. Hij heeft zelf de conclusie getrokken dat het voor hem beter is om heen te gaan. Op deze vergadering is Ds. Westerhuis als consulent aanwezig. Broeder A. Eland vraagt of er werkelijk al toe is overgegaan om het contract met broeder Hardeman op te zeggen. Volgens de Kerkorde is dat nog niet het geval, daar de kerkenraad daar nog geen beslissing over genomen heeft. Na brede bespreking en stemming, aan welke stemming broeder Hardeman niet mee doet, deelt deze nogmaals mede dat het de leiding des Heeren is, dat hij heengaat.

Dan komt in bespreking de aanvraag van de heer Hardeman betreffende het wachtgeld van ƒ 500,-- per jaar. Hierover komt men niet tot overeenstemming. De consulent deelt nog mee dat de classis in deze niet alles kan doen en dat de kerk van Rockanje ook zijn bijdrage in deze zal moeten leveren.

Op de kerkenraadsvergadering van 16 augustus 1932 wordt er verder gesproken over de aanvrage van wachtgeld door broeder Hardeman, maar de kerkenraad heeft geen vrijmoedigheid om deze financiële last op de gemeente te leggen.

Verder wordt op advies van de consulent besloten aan de classis te vragen of deze broeder Hardeman in zijn aanvrage zou willen steunen.

De verhuiskosten van de heer Hardeman blijven voor rekening van de kerk. Aan broeder Hardeman zal schriftelijk zijn ontslag worden toegezonden, dat per 11 november 1932 ingaat. De kerkenraad geeft br. Hardeman geen wachtgeld, maar staat hem toe om één keer per twee maanden op te treden, dus zes zondagen per jaar en hem daar een vergoeding voor te geven van ƒ 25,-- per keer inclusief reiskosten, deze regeling geldt voor één jaar. De heer Hardeman is met attestatie vertrokken naar Maartensdijk op 20 november 1932.

Zo is dan met het vertrek van de heer Hardeman een periode afgesloten van het kerkelijk leven in Rockanje. Ook een tijd waarvan gezegd kan worden, dat al waren er soms moeilijkheden, er op de arbeid van broeder Hardeman ook veel zegen is geweest, hetwelk ook in de notulen tot uiting komt.

Het nieuwe jaar 1933 is begonnen en op de eerste kerkeraadsvergadering is een brief binnen gekomen van Ds. Zwaan te Brielle waarin deze voorstelt om kandidaat Jonkhoff eens te laten optreden. Na hem gehoord te hebben, wil men overgaan hem tot hulpprediker te benoemen. De consulent Ds. Westerhuis stelt echter voor om eerst inlichtingen in te winnen betreffende deze kandidaat. Ds. Westerhuis zal dit doen. Deze inlichtingen zijn gunstig geweest, want men besluit deze kandidaat te beroepen indien de classis financieel wil bijspringen. Er gaat daarom een verzoek naar de classis om financiële steun bij het beroepen van een predikant. Het antwoord van de classis is dat zij geen financiële steun verleent als de kerk van Rockanje niet bijdraagt in het wachtgeld van de heer Hardeman. Aan de afgevaardigden naar de classis wordt opdracht gegeven hierover nog eens ernstig met de kerkeraad te spreken. Ook de Provinciale Synode is er aan te pas gekomen. Het antwoord bleef echter negatief zolang men niet aan bovengenoemde voorwaarde voldeed.

Daar de pastorie sinds het vertrek van br. Hardeman leeg stond, besloot men op 3 april 1933 een advertentie te plaatsen in de “Heraut” dat gedurende de maanden mei t/m augustus de pastorie beschikbaar was voor geref. predikanten, op voorwaarde dat zij tijdens hun verblijf gratis zouden voorgaan in de bediening des woords.

Op de kerkeraadsvergadering van 15 mei 1933 zijn verschillende aanbiedingen van “Heeren predikanten” die op de advertentie hebben geschreven.

Na bespreking wordt besloten dat Ds. 3. Duiven van Opeinde (Fr.) de pastorie mag betrekken van 15 juni t/m 13 juli; Ds. Bouwman van Almelo van 14 juli t/m 9 augustus en Ds. Baan van Winsum (Fr.) van 10 augustus t/m 5 september. Bij de leden van de kerk zal gevraagd worden meubelen die zij kunnen missen, tijdelijk in bruikleen af te staan voor de pastorie. De broeders A. Langendoen en P. v. Marion zullen de meubels ophalen en in de pastorie brengen.

 

 

 

Ds. J. Duiven.

 

Op de kerkeraadsvergadering van 31 juli 1933 is aanwezig Ds. J. Duiven van Opeinde, die telefonisch om een onderhoud met de kerkeraad had gevraagd. Na begroeting wordt hem direct gelegenheid gegeven om zijn belangen kenbaar te maken. De zaak komt op het volgende neer. Om zijn studie te voltooien, zou Ds. Duiven graag een kleine gemeente willen bedienen. In zijn vakantie te Rockanje, rijpte bij hem het plan aan de gemeente voor te stellen of deze genegen is hem voor een jaar als predikant in dienst te willen nemen. De kerkeraad gaat hier mee akkoord, onder voorbehoud dat de leden der gemeente er over moeten beslissen.

Op 14 augustus wordt er een buitengewone ledenvergadering gehouden. De praeses zet het doel van de vergadering uiteen, en zegt ongeveer het volgende : “Van Ds. Duiven van Opeinde-Nijenga is een voorstel bij de Kerkeraad ingekomen, dat deze onze gemeente voor een jaar zou willen voorgaan in de bediening des Woords en der Sacramenten en verder alle werkzaamheden verrichten, die bij het werk van een Dienaar des Woords behoren. Hij heeft van zijn eigen gemeente studieverlof gekregen, teneinde het doctoraal te verwerven, en daar de kerkeraad zulk een gewichtige aangelegenheid niet zonder de gemeente wil aanvaarden, heeft zij de leden saamgeroepen, om te weten hoe of de gemeente tegenover zo’n aanbod staat. Het honorarium zal voor dit jaar ƒ 1.500,00 bedragen”.

Na gehouden stemming waren er 4 tegen en 28 voor en wordt het voorstel van Ds. Duiven aangenomen.

Op dinsdag 12 september 1933 is Ds. Duiven overgekomen naar Rockanje, om tijdelijk de Geref. Kerk van Rockanje te dienen. Besloten wordt om Ds. Duiven tot ouderling te benoemen, zodat hij ambtelijk kan optreden. Op zondag 17 september 1933 is hij aan de gemeente voorgesteld en gaat hij voor in de Dienst des Woords. Op de kerkeraadsvergadering van 7 oktober 1933 wordt Ds. Duiven tot praeses benoemd. Eén der broeders geeft dominee in overweging zijn preken zo in te stellen dat zelfs de slapers wakker blijven.

Het jaar 1933 wordt in het notulenboek afgesloten als een verblijdend jaar met vele zegeningen voor de Gereformeerde Kerk van Rockanje.

De tijd dat Ds. Duiven in Rockanje zou verblijven in verband met zijn studie loopt ten einde, maar de gemeente wil hem gaarne als predikant behouden. Alles wordt dan ook in het werk gesteld om hem hier te kunnen beroepen. Uiteindelijk is men zover dat een beroep op hem uitgebracht kan worden. Dit beroep wordt dan ook door hem aangenomen en op 17 juni 1934 neemt hij afscheid van Opeinde—Nijenga en op 1 juli 1934 doet hij intrede in de Gereformeerde kerk van Rockanje na door Ds. Schaafsma te zijn bevestigd.

Een reeds lang gekoesterde wens van de Gereformeerde broeders en zusters van Rockanje, om een eigen predikant te mogen hebben, is nu in vervulling gegaan.

In de notulen van 5 november 1934 worden de activiteiten van de Evangelisatiecommissie te Oostvoorne vermeld. Deze commissie zou graag zien dat er ook in Oostvoorne samenkomsten konden worden gehouden. Ds. Duiven weet na aanvankelijke teleurstelling beslag te leggen op een leegstaand pand aan de Stationsweg te Oostvoorne. Eigenaar is B. Jongejan te Oostvoorne. Met hem wordt een voorlopige acte opgesteld betreffende huur, opzegging enz. Op 14 november kan er de eerste samenkomst worden gehouden. Er werden 25 stoelen gekocht, terwijl voorts de stoelen van Rockanje, voor zover deze gemist konden worden, er heen werden gebracht.

Op 12 april 1937 wordt melding gemaakt van het aanstaande 50 jarig jubileum van de kerk op 26 juni 1937. Ds. Duiven zal een herdenkingsrede uitspreken. Enkele uitnodigingen zullen verzonden worden. Op Hemelvaartsdag zal er vóór de dienst een foto gemaakt worden van de Kerkeraad met de predikant, dit in verband met het aanstaande jubileum.

Op de Kerkeraadsvergadering van 4 oktober 1937 is er bericht van het overlijden van br. Hardeman. Hij is vrij plotseling overleden. Er zal een schrijven van deelneming of een telegram gezonden worden.

In december 1937 is er bericht van het overlijden van de heer W. v.d. Linde, medeoprichter van onze kerk, wonende te Tinte, gemeente Rockanje. Ds. Duiven heeft onze kerk vertegenwoordigd bij de begrafenis.

In het jubileumjaar telde de gemeente 132 belijdende leden en 109 doopleden, dus in totaal 241 leden.

 

 

Ds. Duiven ziek.

 

Ds. Duiven vraagt in een brief aan de Kerkeraad, dd. 17 januari 1939, één maand ziekteverlof op advies van zijn huisarts. Na een maand is de predikant weer hersteld en kan hij zijn werkzaamheden weer hervatten, hetgeen voor de kerkeraad een hele verlichting was.

Op 12 juni 1941 wordt een extra kerkeraadsvergadering belegd, waarin Ds. Duiven mededeling doet dat hij op advies van zijn geneesheer een half jaar rust moet houden. Voor die rust gaat Ds. Duiven naar Veenendaal. Daar nu de pastorie niet bewoond is, stelt hij deze beschikbaar voor predikanten, die hun vakantie daarin willen doorbrengen en dan de gemeente ‘s zondags willen voorgaan in de Dienst des Woords. Dit aanbod wordt in dank aanvaard.

Op 1 september is er een schrijven van Ds. Duiven, dat zijn gezondheid nog veel te wensen overlaat en dat hij nog drie tot zes maanden rust moet houden.

Op 25 maart 1942 wordt er een extra kerkeraadsvergadering gehouden betreffende Ds. Duiven. Aanwezig zijn Ds. Zwaan van Brielle en Ds. Robbens van Zuidland als vertegenwoordigers van de classis. Deze predikanten brengen verslag uit van een bezoek aan Ds. Duiven. Zij adviseren doeltreffende maatregelen te nemen en op het aanbod van Prof. Waterink in te gaan en Ds. Duiven aan een deskundig onderzoek te laten onderwerpen. Hiervoor is opname nodig in de kliniek van Prof. Waterink te Amsterdam. De broeders ouderlingen zullen hierover met Ds. Duiven spreken. In april daaraanvolgende heeft Ds. Duiven zich laten opnemen. Op 1 juni 1942 is Ds. Duiven weer op de Kerkeraadsvergadering aanwezig, maar op 31 augustus 1942 is er bericht dat hij weer opgenomen is in de Valerius Kliniek te Amsterdam. Op 1 december 1942 vraagt Ds. Duiven emeritaat aan en dit wordt hem verleend. In het jaarverslag van 1942 wordt Ds. Duiven geprezen en dank gezegd voor het vele werk dat hij als herder en leraar voor Rockanje heeft mogen verrichten.

 

 

 

 

Beroepingswerk — Ds. J. Haitsma - Instituëring Oostvoorne

 

Voor de kerkeraad breekt weer een moeilijke tijd aan. Het beroepingswerk wordt begin 1943 ter hand genomen. Een beroep wordt uitgebracht op Ds. H.A.L. v.d. Linden te Ooltgensplaat, deze bedankt echter. De beroepingsmotor wordt weer in gang gezet en uit een zestal Ds. Haitsmakandidaten wordt op 25 oktober 1943 kandidaat J. Haitsma te Amsterdam Z. verkozen. Deze neemt het beroep aan, Rockanje heeft weer een predikant. Op 20 februari 1944 wordt kandidaat Haitsma door Ds. Meynen van Amsterdam in de morgendienst bevestigd als predikant van de Gereformeerde Kerk van Rockanje met als tekst Efeze 2 vers 19 - 22. In de middagdienst deed Ds. Haitsma zijn intrede met als tekst Efeze 3 vers 4 — 7.

 

Op 1 oktober 1943 herdenkt de heer K. Wijn zijn 12- jarig jubileum als koster. Als aandenken wordt hem namens de kerk een bijbel overhandigd.

Op 30 oktober 1944 wordt het Evangelisatiegebouw te Oostvoorne “door geweldige machten vernietigd”. (Een nadere aanduiding van wat met die machten bedoeld is, wordt niet gegeven, maar het laat zich raden, het is immers bezettingstijd.) Men zou in dat gebouw kerkdiensten gaan houden, dat is te lezen in de notulen van 30 oktober 1944. De Ned. Herv. Kerk van Oostvoorne komt te hulp, stelt een lokaal beschikbaar. Op 6 maart 1945 wordt besloten om ook te Oostvoorne te dopen en Avondmaal te houden. Ook zullen er zondags twee diensten gehouden worden. In september van dat jaar komt de Kerkeraad met een voorstel een hulpprediker te benoemen met als standplaats Oostvoorne. Op een daarop volgende ledenvergadering van 24 september 1945 wordt dit voorstel verworpen. Er zijn broeders die van mening zijn dat Oostvoorne beter tot instituering van een kerk kan overgaan. Ook is men van mening dat nu (na de geldsanering) voorzichtig omgegaan moet worden met de geldmiddelen.

In maart 1946 komt de Gereformeerde Kerk van Oostvoorne tot instituering. Een belangrijke mijlpaal is voor de broeders en zusters van Oostvoorne bereikt. Men had daar al geruime tijd naar uitgezien. Voor Rockanje was dit, wat het ledental betrof een flink verlies, maar er bestond begrip voor het feit dat de leden van Oostvoorne zelfstandig wilden zijn.

 

 

Aanschaf kerkorgel — Vertrek Ds. Haitsma.

 

Voor Rockanje wordt het als kerk ook weer een drukke tijd, o.a. door dat Ds. Haitsma het beroep op hem uitgebracht door de Gereformeerde Kerk van Noord-Scharwoude, heeft aangenomen. Het beroepingswerk wordt in gang gezet. Er is een orgelcommissie opgericht bestaande uit de broeders T. de.Goede, Iz. Hoogvliet en E. Langendoen, die de opdracht heeft om uit te zien naar een kerkorgel dat geschikt is voor onze kerk. De broeders hebben een orgel op het oog van orgelbouwer Vermeulen te Schiedam. Zij stellen voor dit orgel te kopen. Dit orgel is volgens de heer Vermeulen geschikt voor onze kerk. De prijs bedraagt ƒ 10.000,-- transport- en plaatsingskosten inbegrepen. Alleen de verbouwing van de galerij zal voor rekening van de kerk zijn.

 

Een ledenvergadering wordt uitgeschreven, waarop besloten wordt om bedoeld orgel te kopen, onder voorwaarde dat de gemeente minstens ƒ 5.000,-- aan obligaties of giften ter beschikking stelt. Men besluit dan ook bij alle gemeenteleden langs te gaan. Op 18 juni 1946 komt de orgelcommissie op de Kerkeraadsvergadering waar zij meedeelt dat de intekening aan obligaties en giften ƒ 5.142,50 heeft opgebracht. Dus de beslissing wordt genomen om tot koop van het orgel over te gaan. Het oude orgel wordt daarbij ingeruild voor de prijs van ƒ 500,-- De verbouwingskosten op de gaanderij zijn geraamd op ƒ 800,--. Op de eerste vrijdag van augustus 1946 wordt het nieuwe orgel in gebruik genomen.

Op 30 juni 1946 werd ook een beroep uitgebracht op kandidaat Uidam te Weesp, op 30 juli is er een schrijven van de heer Uidam op de Kerkeraadsvergadering dat hij bedankt voor dat beroep.

Op zondag 25 augustus 1946 neemt Ds. Haitsma afscheid van Rockanje. Hij trouwt in die week met mej. J. Hoogvliet, waarna zij de pastorie van Noord-Scharwoude betrekken.

Het beroepingswerk vraagt weer de volle aandacht van de Kerkeraad, maar succesvol is het in eerste instantie niet, maar men gaat toch vol moed door met het uitbrengen van beroepen. Gelukkig waren er wel andere verblijdende waarnemingen in de gemeente te constateren. De kerkbode leed al een tijdlang een kwijnend bestaan. Maar gelukkig kwamen er steeds meer nieuwe abonnees waardoor ook het formaat groter kon worden. Een teken van groeiende belangstelling voor het kerkelijk werk in de gemeente.

 

 

 

Ds. J.H. Zelle.

 

Ds. ZelleNa vele teleurstellingen met het beroepingswerk, wordt op 16 juni 1949 besloten, met 39 stemmen voor en 10 tegen en één blanco, een beroep uit te brengen op kandidaat J.H. Zelle te Leeuwarden.

Al spoedig is er bericht van kandidaat J.H. Zelle binnen, dat hij het beroep naar Rockanje aanneemt. Er is grote dankbaarheid in de gemeente dat zij weer een eigen predikant hebben. Op de Kerkeraadsvergadering van 21 oktober 1949 is van de Classis bericht binnen gekomen dat kandidaat J.H. Zelle is toegelaten tot het ambt van predikant der gemeente Rockanje. De bevestiging en intrede zal plaats hebben op zondag 6 november 1949. Kandidaat J.H. Zelle wordt bevestigd door Ds. v.d. Berg van Hellevoetsluis.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Kerkorgel.

 

Het kerkorgel dat in augustus 1946 in gebruik werd genomen, vertoonde eer dat het twee jaar oud was ernstige gebreken. Dit wordt besproken met de heer Vermeulen (de bouwer) en de orgelcommissie. De heer Vermeulen besteedt niet voldoende aandacht aan deze zaak. Dit is niet naar de zin van de orgelcommissie. De heer E. Langendoen stelt zich daarom in verbinding met de bekende kerkorganist, de heer Feike Asma. Deze neemt contact op met de orgelbouwer en in 1949 wordt een geheel nieuw orgel geplaatst. Alleen de vervoerskosten van het nieuwe orgel heeft de kerk betaald.

Orgel Vleerdamsedijk

Orgel van de kerk aan de Vleerdamsedijk.

 

 

 

Knapenvereniging.

 

De in de oorlog tot stilstand gekomen Knapenvereniging wordt in januari 1950 door Ds. Zelle nieuw leven ingeblazen.

 

 

Uitbreiding kerk Vleerdamsedijk.

 

Op 3 januari 1951 wordt besloten om plannen te maken voor uitbreiding van de vergaderruimte bij de kerk. Een aanbouw aan de achterkant van de kerk is de meest uitverkoren gedachte. Op 5 februari komt er een plan op tafel. De geraamde kosten zijn berekend op ongeveer ƒ 5.000,--. De plannen worden nu verder uitgewerkt. In een vergadering met de leden wordt naar voren gebracht om de leegstaande school te kopen. Deze blijkt echter veel te duur te zijn. Er wordt dan ook besloten een lokaal achter de kerk te bouwen met een afsluitbare open verbinding met de kerkzaal. Ook de consistorie zal opgeknapt worden, door het aanbrengen van een plafond en een lambrisering. Een bouwvergunning van B. en W. is spoedig binnen en aan timmerman L. Langendoen wordt een aannemingsprijs gevraagd. Het bouwplan kan uitgevoerd worden alleen mogen de kosten de ƒ 6.500,-- niet te boven gaan.

Het zaaltje wordt in gebruik genomen nog net voor het drukke zomerseizoen met de badgasten begint.

 

 

Emeritaat Ds. J.H. Zelle

 

Op de classisvergadering van 29 februari 1956 wordt door Ds. J.H. Zelle vervroegd emeritaat aangevraagd per 1 april 1956, wat hem ook verleend wordt.

Dit alles geschiedde na een ernstige verstoring in de menselijke verhoudingen; er ontstonden twee groepen in de gemeente. Velen gingen niet meer ter kerke en er dreigde een scheuring.

 

 

 

Ds. G. Vesseur.

 

De Gereformeerde Kerk van Rockanje was dus weer vacant.

 

Ds. VesseurHet beroepingswerk werd ter hand genomen. Dit leidde op 8 juli 1957 tot het beroepen van kandidaat G. Vesseur te Amsterdam. Dit geschiedde met grote meerderheid van stemmen. Er zijn nadien nog verschillende gesprekken gevoerd, om hem de nood van de Gereformeerde Kerk te Rockanje kenbaar te maken. Op 19 augustus 1957 deelde candidaat Vesseur mee het beroep aan te nemen. Op 13 oktober werd candidaat G. Vesseur door Ds. A. v.d. Kooij te Ezinge bevestigd als dienaar des Woords van de gemeente Rockanje.

De pastorie was nog niet direct beschikbaar, want na 8 jaar bewoond te zijn geweest, was deze aan een goede opknapbeurt toe. Ds. en mevr. Vesseur woonden tijdelijk in bij familie A. Groeneveld aan de Middelweg. In februari 1958 konden zij de verbouwde pastorie betrekken.

 

 

 

 

 

Restauratie kerk Vleerdamsedijk.

 

Op 17 december 1957 was er reeds een bespreking geweest met architect A. Stout over het opknappen van de kerk. Ook voor de uitvoering van de restauratie moest men er rekening mee houden dat de kosten niet te hoog mochten worden. Het plan van arch. A. Stout werd dan ook aangepast aan de beschikbare financiën. Daarna kon de uitvoering er van plaatsvinden. De restauratie hield het volgende in de muren afbikken en van een nieuwe specielaag voorzien met een vochtwerend middel; nieuw zachtboard plafond aanbrengen; kansel vernieuwen; alle banken, al het hout en ijzerwerk schilderen. De totale kosten waren ongeveer ƒ 10.000,--. Tijdens de restauratie mocht er gebruik gemaakt worden van de Ned. Herv. Kerk. In 1958 werd er gasverwarming in de kerk aangelegd, wat een verbetering opleverde. In het voorjaar van 1959 wordt er een groot parkeerterrein bij de kerk aangelegd op grond die van de Ned. Herv. Kerk gekocht werd voor ƒ 600,--.

 

Stichting bouwfonds.

 

Na al deze restauraties en verbouwingen, keek men toch al weer naar de toekomst. Op 22 januari 1962 werd namelijk tot stichting van een bouwfonds voor een nieuw kerkgebouw besloten.

 

 

 

75 jarig jubileum.

De herdenking van het 75 jarig bestaan van onze kerk werd gevierd op 26 juni 1962. Ds. Vesseur hield op die avond een herdenkingsrede. Het verdere gedeelte van de avond werd gevuld met de voordrachtkunstenaar, de heer Berkhemer te Arnhem en de organist de heer Racké uit Brielle. Inmiddels had Ds. Vesseur een beroep naar Boskoop, welk beroep hij aanneemt. Zijn afscheid wordt vastgesteld op 9 september 1962.

 

 

Ds. L. Herlaar

Op 31 juli 1962 wordt candidaat L. Herlaar beroepen en op 29 augustus daaraanvolgend is er een kennismakingsavond met hem en zijn vrouw. Vervolgens komt bericht dat candidaat Herlaar het beroep naar onze gemeente heeft aangenomen. Zijn intrede zal plaatshebben op zondag 30 september 1962 in de middagdienst om 3 uur.

In 1963 werd het ene offer ingevoerd, hetgeen na enige jaren ook weer ongedaan werd gemaakt.

In november 1964 wordt gesproken over verbouwing van de oude kerk of nieuwbouw. Verbouwing wordt onmiddellijk verworpen. Ten eerste is het Bouwfonds bestemd voor nieuwbouw en niet voor verbouwing en ten tweede staat de oude kerk geheel buiten het dorpskern van Rockanje. Dus wordt besloten om in overleg te treden met het gemeentebestuur van Rockanje over grond ten behoeve van een nieuw kerkgebouw.

Ds. L. Herlaar neemt op 29 juni 1966 een beroep naar Weesp aan en op 19 december preekt hij afscheid van Rockanje.

 

 

Ds. J.D. Sinte-Maartensdijk.

 

Candidaat J.D. Sinte-Maartensdijk wordt op 25 mei 1968 door Rockanje beroepen, welk beroep hij op 5 juni 1968 aanneemt. Op 23 juni 1968 wordt hij in het ambt bevestigd door Ds. Beukema te Rotterdam-Schiebroek en ‘s avonds doet hij zijn intrede als predikant van onze gemeente.

 

 

Nieuw kerkgebouw Hoogvlietlaan.

 

Eerste steen Welkomkerk.Hoewel hij zich geen “bouwpastor” voelde, viel de ambtsperiode van Ds. Sinte-Maartensdijk wel midden in de voorbereiding en uitvoering van de bouw van een nieuwe kerk voor Rockanje. Er werd gezocht naar een in het oog springend, centraal liggend stuk grond. Enkele percelen werden door het gemeentebestuur aangeboden, maar deze waren niet aanvaardbaar. Met het perceel grond aan de Hoogvlietlaan kan de Bouwcommissie echter volledig accoord gaan en B en W van Rockanje geven hun fiat. Door het architectenbureau A. Stout te Ridderkerk wordt een ontwerpplan gemaakt voor een nieuwe kerk aan de Hoogvlietlaan. Dit plan wordt in een speciale Kerkeraadsvergadering met de Bouwcommissie besproken en eenstemmig goedgekeurd. Ook met het daarbij behorende financiële overzicht gaat de Kerkeraad in principe accoord. In augustus 1968 komt er van de gemeente bericht betreffende de grond. De prijs daarvan is ƒ 40,-- per m2 , het perceel is 1325 m2 groot. In een bijzondere Kerkeraadsvergadering en daarna in een vergadering met de leden van de kerk wordt het gehele plan getoond en besproken. Op de ledenvergadering van 22 october 1968 wordt er schriftelijk over de nieuwbouw gestemd. De uitslag is 60 stemmen voor, 14 tegen en 4 blanco. De aankoop van de grond en de bouw van de kerk kan een aanvang nemen. Hoofdaannemer van de kerkbouw wordt W. Arnoldus uit Oostvoorne en er zal geprobeerd worden de onderaannemers uit Rockanje zelf te betrekken.

Op 20 maart 1969 wordt de eerste paal geslagen door Ds. J.D. Sinte¬Maartensdijk. De bouw vindt verder een voorspoedige vooruitgang, zodat een jaar nadien de voltooiing nadert. Op zondagavond 12 april 1970 wordt de laatste dienst gehouden in het kerkgebouw aan de Vleerdamsedijk door Ds. J.D. Sinte-Maartensdijk. Aan het einde van deze dienst wordt het kostersechtpaar Wijn- v. Nugteren door dominee bedankt voor hun inzet en trouw betreffende het kosterswerk gedurende bijna 40 jaar in dit kerkgebouw.

Op vrijdag 17 april 1970 wordt de kerk officieel in gebruik genomen met vele genodigden en belangstellenden. Ds. Sinte_MaartenSdijk houdt een korte meditatie, waarvan het thema is : “Dat God onder de mensen wil wonen.”

De kosten van de bouw van de kerk waren als volgt : De aanneemsom van de kerk bedroeg : ƒ 296.429,31; de bouwgrond ƒ 53.000,--, de andere kosten zoals meubilering, vouwwanden, banken en stoelen enz. ƒ 160.155,89. De totale kosten waren dus ƒ 509.585,20.

Interieur Welkomkerk.Het kerkgebouw krijgt de toepasselijke naam “WELKOMKERK”. Deze naam werd bedacht door ons gemeentelid mevrouw Wind-van Leeuwen.

In de week na de opening op vrijdag en zaterdag wordt een bazar gehouden in het nieuwe kerkgebouw, welke druk bezocht wordt en netto ƒ 17.000,-- opbrengt.

Als kosters worden benoemd H.L. Kieviet en echtgenote.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Verkoop oude kerk.

 

De oude kerk met kosterswoning en grond wordt verkocht aan G. Wijn te Rockanje voor een bedrag van ƒ 37.500,--.

In november 1969 wordt er bij de pastorie aan de Dorpsweg een garage gebouwd, die kant en klaar wordt aangevoerd.

In de zomer van 1970, komt er een verzoek van de Rooms Katholieke Gemeenschap om in onze kerk diensten te mogen houden, hetgeen zonder bezwaar wordt toegestaan.

 

 

Ds. J.D. Sinte-Maartensdijk legerpredikant en afscheid.

 

Op 4 januari 1972 wordt Ds. Sinte-Maartensdijk gevraagd om voor één jaar als legerpredikant in dienst te gaan. Hij neemt dit in overleg met de Kerkeraad aan.

Nadat Ds. Sinte-Maartensdijk een jaar als legerpredikant in dienst is geweest, keert hij weer in onze gemeente terug in october 1973. Vervolgens werkt hij nog twee jaar als predikant in onze gemeente. In het najaar van 1975 krijgt hij een beroep als staflid van het vormingscentrum “Beukbergen” (Prot. Geest. verz. van zee- land- en luchtmacht), welke benoeming hij graag aanvaart, daar dit werk zijn warme belangstelling heeft. De afscheidsdienst wordt gehouden op 26 october 1975, terwijl hij in deze dienst tevens bevestigd wordt als legerpredikant door Ds. A.N. Dekkers van Velp (Voorheen predikant te Oostvoorne).

Op 24 october wordt een avond georganiseerd om van dominee en zijn vrouw persoonlijk afscheid te nemen.

 

 

Bouw pastorie aan de Zeedistellaan.

 

Daar de bestaande pastorie niet meer aan de eisen des tijds voldoet en een algehele verbouwing toch niet geheel aan alle eisen kan voldoen, wordt besloten tot nieuwbouw over te gaan. Een perceel grond aan de Zeedistellaan, geschikt voor de bouw van een pastorie, wordt gekocht. De oude pastorie wordt verkocht en de bouwplannen voor de nieuwe pastorie konden starten. Een bouwcommissie wordt benoemd. Er worden tekeningen gemaakt en door Bouwcommissie, Kerkeraad en Bouw- en Woningtoezicht goedgekeurd. Eind december 1976 is de fundering gereed. De bouw verloopt verder naar wens en op 9 juni 1977 is de pastorie voor bewoning gereed. Bouwkosten pastorie Zeedistellaan 1 waren als volgt:

 

 

Ontwerp, vergunning en bouwgrond

ƒ

56.903,19

Woning, bestrating en tuin

ƒ

208.361,25

Stoffering en extra voorzieningen

ƒ

10.005,03

Totaal

ƒ


275.269,47

 

 

Pastorie Dorpsweg

Pastorie Dorpsweg

 

Pastorie Zeedistellaan

Pastorie Zeedistellaan.

 

 

 

Ds. L. Bouman.

 

Intussen wordt in het voorjaar van 1977 een beroep uitgebracht op Ds. L. Bouman te Venlo. Ds. Bouman neemt dit beroep naar Rockanje aan. Hij verhuist op 9 juni naar Rockanje en betrekt de nieuwe pastorie. Op 26 juni doet hij intrede, nadat hij in dezelfde dienst bevestigd is door Drs. J.R.F. Heine uit Venray.

 

 

Bouw Jeugdcentrum.

 

Het ledental van de Gereformeerde Kerk te Rockanje neemt in de jaren 1970 - 1980 sterk toe en komt boven de 700. Er ontstaat een tekort aan vergaderruimten, in het bijzonder voor de jeugd. In 1978 wordt gesproken over het bouwen van een jeugdcentrum. Door de Kerkeraad wordt een Bouwcommissie benoemd die als opdracht krijgt de mogelijkheden te onderzoeken tot bouw van een jeugdcentrum, zo mogelijk door aanbouw aan de kerk. Architect Stout te Ridderkerk, de ontwerper van het kerkgebouw, maakt enkele schetsplannen, waarvan er één als goed aanvaardbaar door alle instanties wordt goedgekeurd. De grond wordt bouwrijp gemaakt, zodat de eerste paal op 3 september 1980 geslagen kan worden in tegenwoordigheid van een aantal genodigden. De bouw wordt uitgevoerd door het aannemingsbedrijf J. v. Kempen te Rockanje. De bouw vordert goed. Een gedeelte wordt in zelfwerkzaamheid uitgevoerd, hetgeen voor een aanmerkelijke kostenbesparing zorgt.

De Til

Zo kan in september 1981 aan de bezittingen van de Gereformeerde Kerk van Rockanje een mooi gebouw worden toegevoegd. De opening vindt plaats op zaterdag 19 september 1981 door Burgemeester J.M. Hoffmann van Westvoorne, die de naam van het Jeugdcentrum, te weten : “De Til”, op originele wijze onthulde, door het loslaten van enkele duiven.

De bouwkosten van het Jeugdcentrum:

 

Aannemer J. v. Kempen

ƒ

278.238,14

Centrale verwarming

ƒ

13.725,52

Elektricien

ƒ

3.889,10

Architect

ƒ

12.430,67

Constructeur

ƒ

4.812,76

Diverse kosten

ƒ

2.822,78

Totaal

ƒ


315.918,97

 

 

Vertrek Ds. L. Bouman.


Ds. L. Bouman krijgt in 1983 een beroep naar de Gereformeerde Kerk van Delfzijl, welk beroep door hem wordt aangenomen. Na zes jaar onze gemeente geleid te hebben, neemt hij op zondag 10 juli 1983 afscheid om vervolgens zijn intrede te Delfzijl te doen.

 

 

Komst Ds. W. v.d. Kooij.

 

Op 12 september 1983 wordt een beroep uitgebracht op Ds. W. v.d. Kooij te Lochem. Op de ontmoetingsavond van 16 september deelt Ds. v.d. Kooij, ook namens zijn vrouw, mede dat hij het beroep naar Rockanje heeft aangenomen. De blijdschap en dankbaarheid is groot dat wij weer een herder en leraar in ons midden mogen hebben. Op zondag 18 december doet Ds. v.d. Kooij zijn intrede na eerst door Ds. Bouman van Delfzijl te zijn bevestigd.

 

Tot zover in grote lijnen het overzicht betreffende de geschiedenis van de Gereformeerde Kerk van Rockanje. Mogelijk zullen er vragen zijn, bedenkt dat de notulen van de jaren 1887 tot ongeveer 1920 veelal erg kort waren en dus niet altijd een juist beeld gevormd kan worden van de vooruitgang van het Gereformeerd kerkelijk leven te Rockanje. Uit alles is wel gebleken dat men het ernstig meende en dat het geloof diep geworteld was. Elke week werd er Kerkeraadsvergadering gehouden, die vroeg in de avond begon, zo ongeveer 5 of 6 uur. Tot ongeveer 1923 werden de vergaderingen bij een petroleumlamp gehouden.

 

Toename van het aantal leden.

 

Wat het ledental betreft over de 100 jaren van het bestaan van de kerk, zijn tot ongeveer 1930 weinig juiste gegevens bekend. Jaaroverzichten werden tot die tijd bijna niet gemaakt. Ledenregisters betreffende inkomende en uitgaande doop- en belijdende leden zijn er wel, maar geven ook geen uitkomst. Van een jaarlijkse telling is niets te vinden. Aan de hand van verkiezingen van ambtsdragers, waar alleen mansleden aan deel namen, is een schatting van het ledental gemaakt.

1889 ongeveer 20 belijdende leden; 1903 ongeveer 40 belijdende leden;

1926 ongeveer 60 belijdende leden; 1929 ongeveer 100 belijdende leden.

Het aantal doopleden over bovenstaande periode is niet bekend.

 

Hieronder een opgave van de belijdende en doopleden, eerst over 1932, dan over 1935 en vervolgens om de vijf jaar:

 

 

 


Belijdende leden

Doopleden

1932

125

117

1935

132

121

1940

142

121

1945

179

164

1950

137

169

1955

145

188

1960

162

186

1965

191

186

1970

274

226

1975

358

292

1980

403

318

1985

413

288

1990

 


 


1995

 


 


2000

 


 


2005

 


 


2010

 


 


 

 

Predikanten

 

Predikanten of lerend ouderlingen in dienst van de Gereformeerde Kerk van Rockanje van 1887 tot heden.

 

Naam/plaats herkomst

van

tot

Bijzonderheden

Ds. J.J. Koopmans

Em. Pred. v. Stellendam

01-11-1893

30-04-1901

Werd bevestigd als ouderling

Dhr. A.J. Hardeman
van Wagenigen

10-11-1923

01-11-1932

Werd bevestigd als lerend ouderling

Ds. J. Duiven
Opeinde-Nijenga

12-09-1933

31-05-1934

Met studieverlof en bevestigd als ouderling.

Ds. J. Duiven

Opeinde-Nijenga

01-07-1934

01-12-1942

Kwam nu als predikant met vervr. emeritaat.

Ds. J. Haitsma

Amterdam Z.

20-02-1944

25-08-1946

Naar Noord-Scharwoude

Ds. J.H. Zelle
Leeuwarden

06-11-1949

01-04-1956

Met vervr. emeritaat

Ds. G. Vesseur

Amsterdam

13-10-1957

09-09-1962

Naar Boskoop

Ds. L. Herlaar

Amsterdam

30-09-1962

31-12-1966

Naar Weesp

Ds. J.D. Sinte-Maartensdijk

Rotterdam

23-06-1968

01-11-1975

Legerpredikant

Ds. L. Bouman

Venlo

26-06-1977

21-08-1983

Naar Delfzijl

Ds. W. v.d. Kooij

Lochem

18-12-1983

 


 


Ds. H. Gilhuis

 


 


 


Ds. C. Kors

Opperdoes

 


 


 


Ds. J.M. Wilschut

Barendrecht

 


 


 


 

Voorzangers en organisten.

 

Vanaf 1887 t/m 1905 was er geen harmonium of orgel in de kerk. Er werden toen voorzangers benoemd. O.a. zijn dat geweest de broeders A. Langendoen, Chr. Winkelhorst en S. v. Nugteren. In 1906 werd er een huisorgel in de kerk geplaatst. De eerste organist was de heer J. v. Dijk, die maart 1907 naar Amerika vertrok. Vervolgens hebben als organist(e) de kerkzang begeleid : A. v. Rij van 1907 - 1912; I. v. Rij van 1913 - 1916; mej. Jelsje Pool en A. Pool van 1917 — 1919; Aart Langendoen 1920 - ?; Elsje Pool van 1930 - 1939; Nel Bekker van 1939 — 1940; Jac. Langendoen Lz. en Marietje Kievit van 1941 — ?; Lenie Moree van 1943 — ?; dhr. v. Weelden van 1945 — ?; Mevr. v. Marion-Brobbel van 1946 — 1973; mej. Adrie v. Marion van 1957 - ? Gert Baaima van 1960 - 31-12-66; M.P. Voogt van 01-01-67 - 30-06-86 (organist M.P. Voogt overleed na een ernstige ziekte op 30 juni 1986); Gerrie Varkevisser van 1970 – 10-06-83; en vanaf 1986 tot heden Wiert v.d. Bos, Gert Baaima en Elmar Hendriks.

De voorzangers werden ook betaald (ƒ 5,-- p.j.) en hadden een vaste zitplaats. De organisten krijgen een vergoeding, tenzij er geen prijs op wordt gesteld.

 

Kosters en kosteressen.

 

Van het prille begin van onze kerk is er een koster of kosteres geweest. In de eerste jaren was die benaming hier in onze kerk niet zo gangbaar. In de kasboeken kon men het terugvinden onder de post kerk schoonmaken. Van benoeming van een koster in de eerste 20 jaar is ook in de notulenboeken niets te lezen. Wel werd in 1893 een Kerkeraadsvergadering bekort, want de koster was 40 jaar getrouwd en men moest gaan feliciteren! Het was wel altijd iemand die bij de kerk woonde en in latere jaren ook vrij wonen kreeg.

De eerste koster en kosteres was het echtpaar P. Hoogenboom van 1887 t/m 1904. In dat jaar overleed de heer P. Hoogenboom, de weduwe Hoogenboom is kosteres gebleven tot en met 1912. Dan volgen van 1913 tot 1915 mej. J. Eland en Mijnsje Hoogvliet. Van juni 1915 tot half mei 1916 was de heer L. Rietdijk koster. Van juni 1916 tot februari 1919 was het de heer J. Verburg, deze woonde ook in het huis naast de consistorie. Daarna werd de heer A. Lievaart koster tot en met 30 november 1925. De echtgenote van P. Groeneveld werd vervolgens kosteres vanaf 1 december 1925 tot en met 31 juli 1929. Van 1 augustus 1929 tot en met 31 maart 1931 waren het de heer Plantsoen en echtgenote. Dan volgt de benoeming van de heer K. Wijn tot koster van 1 april 1931 tot en met 1 mei 1970. De heer Wijn en echtgenote waren het laatste kostersechtpaar van de kerk aan de Vleerdamsedijk te Rockanje.

Op 17 april 1970 werd de nieuwe kerk aan de Hoogvlietlaan in gebruik genomen. Het echtpaar H.L. Kieviet- van Marion werd tot koster/kosteres van de nieuwe kerk benoemd. Op 31 augustus 1980 namen zij afscheid als koster en kosteres en werd in hun plaats benoemd mevr. M. v. Meggelen-Moree per 1 september 1980.

 

Commissie van Beheer.

 

De commissie van Beheer van onze kerk komt pas goed tot ontwikkeling na 1960. Mede in verband met het steeds uitgebreider worden van de kerkelijke financiële administratie. Ook de in aantocht zijnde plannen tot nieuwbouw van de kerk hebben daartoe bijgedragen. De gehele kerkelijke administratie is in feite losgemaakt van de Kerkeraad. Dit wordt geheel verzorgd door de Commissie van Beheer die ook het toezicht heeft op het onderhoud van de gebouwen en alles wat daar verder onder valt. De Kerkeraad blijft natuurlijk bestuurlijk orgaan van de kerk.

 

Kerkblad.

 

In 1945/1946 wordt reeds een kerkblad uitgegeven, onder de naam “Kerkbode” Orgaan van de Gereformeerde Kerken in Oostvoorne, Rockanje en Tinte. Hoelang deze Kerkbode heeft bestaan heb ik niet kunnen achterhalen.

Het was een goede gedachte in mei 1963 van een drietal personen, n.l. Ds. L. Herlaar, C. de Heer en B. Pijlman om een eigen kerkblad uit te gaan geven. Zij vormden met hun drieën de redactie. De eerste drie uitgaven kregen van elk een naam. De eerste uitgave verscheen onder de naam “Klimroos”, ontwerp van de heer B. Pijlman. De tweede uitgave in juni 1963 van de heer C. de Heer, met de naam “Binding” en de derde uitgave van Ds. Herlaar in juli 1963 met de naam “Spuigat”. De gemeente werd gevraagd te kiezen uit deze drie namen. De meerderheid verkoos de naam “Binding” van C. de Heer. De naam “Binding” is sindsdien een begrip geworden voor het plaatselijk kerkblad van de Gereformeerde Kerk van Rockanje. Het groeide uit van 8 pagina’s tot een lijvig blad van 40 pagina’s. Er is dan ook een hele organisatie voor nodig om elke maand “Binding” te doen verschijnen.

Verenigingen.

 

Terloops zijn sommige verenigingen wel eens genoemd in dit overzicht, maar het was soms niet eenvoudig om vast te stellen dat zij er nog waren. In ieder geval was er voor 1900 al een jongelings- en een meisjesvereniging. Dit blijkt uit een kasboek van de kerk. In 1895 betaalde de J.V. ƒ 1,50 en een zangvereniging die er ook was betaalde ƒ 1,--. Vermoedelijk was dat voor gebruik van de kerk en consistorie. De kerk ontving van de meisjesvereniging in 1898 een liefdegave, waarschijnlijk voor de diaconie, van ƒ 0,50. Een knapenvereniging is, voorzover was na te gaan een paar maal opgericht. Het gebrek aan leden was meestal de oorzaak van het opheffen. In de notulen van de Kerkeraad van na 1920 lees je meerdere malen dat de jeugdverenigingen werden bezocht door de kerkeraadsleden. Hiervan werd verslag uitgebracht op de kerkeraadsvergadering.

De vrouwenvereniging “Weest Getrouw” werd op 13 october 1949 opgericht, maar in 1985 hield zij op te bestaan. Over een mannenvereniging leest men wel van oprichting, maar verder niet meer.

Het is in ieder geval een goed geluid dat de jeugdverenigingen nog steeds bestaan. Het is niet alleen een goed geluid, maar ook een dankbaar weten, want de jeugd heeft de toekomst, ook voor de kerk.

 

Contacten met de Nederlands Hervormde Kerk ter plaatse.

Tot ongeveer 1940 zijn er, naar in de notulen te lezen valt, weinig of geen duurzame contacten geweest met de Ned. Herv. Kerk.

Bij de intrede van Ds. J.H. Zelle, lezen we in de notulen dat de Ned. Herv. Kerk en het bestuur van de Herv. Evangelisatie was uitgenodigd.

Ook gingen er op de zondagsschool van de Herv. Evangelisatie kinderen van onze kerk.

Het is na 1945 gewoonte geworden wederzijds uitnodigingen te sturen bij afscheid of intrede van predikanten.

Bij de restauratie van onze kerk aan de Vleerdamsedijk in 1958 mochten wij gebruik maken van het kerkgebouw van de Ned. Herv. Kerk. Verder was er op zakelijk gebied contact over aankoop van grond van de Ned. Herv. Kerk voor een parkeerterrein bij de kerk aan de Vleerdamsedijk in 1962.

In 1981 werd een Interkerkelijke Jeugdraad in het leven geroepen in verband met de bouw van het Jeugdcentrum, uitgaande van de Gereformeerde Kerk, Ned. Herv. Kerk en de Rooms Katholieke Kerk. Helaas heeft de Ned. Herv. Kerk zich uit dit samenwerkingsverband teruggetrokken. In verband met “Samen op Weg” waren er ook enkele malen per jaar gecombineerde diensten met de Ned. Herv. Kerk, hetzij in de Ned. Herv. Kerk hetzij in de Geref. Kerk.