Enkele maanden terug heb ik u al eens verteld, dat ik van m’n 5e tot m’n 11e levensjaar in Emmeloord (in de Noord Oost Polder) heb gewoond en daar van alles heb meegemaakt, wat je in feite in zo’n klein, nieuw dorp niet zou verwachten. Overigens moet je er zelf natuurlijk wel oog voor hebben.
Hoe dan ook, een mijn inziens spraakmakend voorval uit die periode wil ik nog met u delen. Toen ik 7 was bracht mijn vader een Duitse herder naar huis die hij gekregen had van een oude bewaker van nieuwbouw. Die herder had een pikzwarte vacht en die oude waker had die hond dan ook Zwartlap genoemd. Mijn moeder vond dat geen nette naam en zo werd de hond in het vervolg door ons Zwartjas genoemd en heeft hij bij ons de uitzonderlijk hoge leeftijd van 15 jaar weten te bereiken.
De hond volgde mijn moeder de ganse dag door het huis en zo gebeurde het eens dat, toen ik om kwart over 12 uit school naar huis liep, mijn moeder in een van de slaapkamers op de eerste verdieping bezig was. Zwartjas was bij haar en stond op z’n achterpoten voor het open raam, met z’n voorpoten over de vensterbank. Ik zag naderbij komend de hond uit het raam hangen en riep zijn naam. Pardoes sprong Zwartjas daarop over de vensterbank het raam uit, zeilde naar beneden en landde op het grasveld zonder enige kwetsuur of ander zichtbaar letsel. Wonderbaarlijk!
Een meer of minder identiek voorval vond een jaar of 2 later plaats. De Gereformeerden in Emmeloord hadden een knoert van een kerk gebouwd (de Nieuw Jeruzalem kerk) en mijn vader was lid van de bouwcommissie. Kort voor de in gebruik name van de kerk, wandelde ons hele gezin, dus ook met hond, naar de nieuwe kerk om het geluid/de akoestiek te controleren. Mijn vader had een sleutel, we gingen de kerk in en mijn vader ging op de preekstoel staan. De rest van het gezin verspreidde zich door de kerk waarbij mijn oudste zus op de galerij achterin de kerk ging staan. Toen zij de trap daarnaar toe op holde rende de hond met haar mee.
Toen iedereen zo was gepositioneerd, sprak mijn vader enkele zinnen op verschillende toonhoogte, zowel normaal als met stemverheffing en de rest van het gezin moest laten weten of het te horen was. Ook de hond hoorde natuurlijk m’n vader/de echte baas van de hond, maar staande op de galerij, zag Zwartjas hem niet. De hond wilde daarom naar m’n vader toe en nam daartoe de kortste weg, hij sprong pardoes over de galerij afscheiding naar beneden, waar de houten banken en leuningen klaar stonden en waarop de hond zo maar vreselijk had kunnen vallen. De hele familie verstijfde van schrik, mijn moeder slaakte een ijselijk gil, m’n vader donderde iets onbetamelijks vanaf de preekstoel maar wonder boven wonder viel de hond precies tussen 2 banken in. In de doodse stilte die toen volgde was alleen het geklik van de nagels van de hond op de houten vloer te horen, toen hij rustig tussen de banken uit naar het voetpad liep. Zoiets vergeet je nooit meer en ik zie die hond nog door de lucht zweven.

Wat een verhaal niet? Maar waarom verveel ik u met (alweer) een gebeurtenis uit m’n jeugd? Dat is snel en gemakkelijk uitgelegd. Natuurlijk zijn wij geen hond en hebben wij ook geen baas, maar wat van dit verhaal blijft hangen is de onvoorwaardelijke trouw en aanhankelijkheid van de hond jegens mijn vader. Zodra hij de stem van m’n vader hoorde, was er maar een ding: naar m’n vader toe.
Hij wist zich geroepen en reageerde (altijd) direct. En daar kunnen wij nog wel wat van leren. Ook wij worden geregeld geroepen tot de een of andere dienst in onze gemeente, door of voor onze naaste of voor/door iemand, verder weg en daar reageren we niet altijd even positief op. Zeker waar we in de loop van dit jaar weer nieuwe ambtsdragers nodig zullen hebben, hoop ik vurig dat degene die daartoe gevraagd wordt zich geroepen weet, niet alleen door je medelid van onze gemeente maar vooral ook door Hem, waarvan we in Psalm 100 in het eerste vers kunnen lezen:

Juicht den Here, gij ganse aarde,
dient den Here met vreugde
komt voor zijn aangezicht met gejubel.

Want die Psalm eindigt in het 5e vers met:

want de Here is goed
zijn goedertierenheid is tot in eeuwigheid
en zijn trouw tot in verre geslachten.

Weet U geroepen!!

Nico Hanemaayer