Het is dinsdag, 5 maart 2019 en normaliter zou ik het niet weten, maar omdat mijn 2e zoon tijdelijk werkt in Maastricht en daar nu dus meedoet aan het vieren van het carnaval, ben ik opeens bepaald bij dat jaarlijks terugkerende festijn en de aanleiding daartoe.

De oorsprong van het jaarlijkse carnaval ligt in heidense lentefeesten die al duizenden jaren geleden in de toen bekende landen werden gevierd. Omdat die feesten niet echt de goedkeuring van de toenmalige kerk hadden maar wegens hun populariteit ook niet verboden konden worden, werd al in 1091 op een concilie besloten, dat zo’n feest een eigen plek in de christelijke liturgie zou krijgen. Wel was het in die tijd in de christelijke kerk allang de gewoonte (dit in navolging van de datum waarop het joodse Pesach feest werd gevierd) dat Pasen gevierd werd op de eerste zondag na de eerste volle maan in de lente. Tevens was het al de gewoonte om het Paasfeest/de Paascyclus te laten voorafgaan met een vastenperiode, in principe 46 dagen lang, maar omdat de zondagen niet meetelden 40 dagen lang. Op dat concilie in 1091 werd toen dan ook besloten dat voorafgaand aan die 40 dagen durende vastenperiode, die begon op Aswoensdag, op de zondag, maandag en dinsdag het carnaval mocht worden gevierd, in die tijd vooral een eetfestijn, terwijl nu de drank wellicht een grotere rol speelt. Zo kwam ik van carnaval op het getal 40. Een getal wat in ons dagelijks leven best een rol speelt: Denk maar: het leven begint bij veertig en meer van dat soort uitspraken, maar 40 speelt vooral een voorname rol in de Bijbel en we komen daar dit getal heel veel tegen:
• 40 dagen regen nadat Noach zijn ark had gebouwd
• 40 dagen verblijft Mozes op de berg Sinaï waar hij de 10 geboden krijgt
• 40 jaar zwerft het volk Israël door de woestijn
• 40 dagen daagt Goliath Israël uit voordat, door David, daar een eind aan komt
• 40 dagen krijgen de bewoners van Ninevé van Jona voordat volgens hem de stad verwoest zal worden
• 40 dagen vast Jezus in de woestijn voordat hij in de openbaarheid treedt

en voor zover ik weet, is deze laatste vastenperiode de basis van de christelijke veertigdagen (vasten)tijd aan Pasen voorafgaand.
De overeenkomst van al die 40en in de Bijbel is dat het steeds om periodes gaat waarin de mens tot inkeer komt of zich daartoe voorbereidt. In die 40 dagen of jaren-periodes gebeurt wat bijzonders en wordt er ruimte gemaakt voor iets nieuws.

De lopende periode van 40 dagen bereid ons voor op het
Paasgebeuren. Het lijden en sterven van Jezus maar ook en vooral zijn opstanding. In de Bijbel vinden we prachtige verhalen over de opgestane Heer en zijn ontmoetingen met mensen als u en ik.

Een van mijn favoriete opstandingsverhalen, naast die over de verschijning aan het meer van Tiberias uit het Evangelie van Johannes, is het verhaal van de Emmaüsgangers, u weet wel Kleopas en zijn metgezel lopen vanuit Jeruzalem terug naar Emmaus, terneergeslagen door de kruisiging van Jezus. Op die tocht worden zij plotseling vergezeld door iemand die hen, al verder lopende, uitlegt wat er gebeurd is en hoe die gebeurtenissen vanuit de Schriften te verklaren waren. Zij nodigen de vreemdeling uit mee te eten, de vreemdeling neemt de uitnodiging aan, gaat mee aanliggen, breekt het brood, spreekt de zegen uit, breekt het en reikt het hen aan, waarop ‘bij hen de ogen werden geopend en zij Hem herkenden, en hij verdween uit hun midden. En zij zeiden tot elkander: Was ons hart niet brandende in ons, terwijl Hij onderweg tot ons sprak en ons de Schriften opende?’

 

De Vlaamse schrijver Felix Timmermans (1886 – 1947), meest bekend van zijn ‘Pallieter’ is op latere leeftijd weer gaan dichten en heeft over de Emmaüsgangers het prachtige navolgende gedicht gemaakt:

‘Heer blijf bij ons, de zon gaat onder’
Wij boden dan het avondbrood
de vreemde man, die langs de baan
met ons was meegegaan.
En wijl hij, ’t zegenend, de ogen sloot,
gebeurde het: Zijn aangezicht
verklaarde in een hemels licht,
waarin Hij plotseling verdween…
Dit was het wonder.
Wij stonden weer alleen,
doch vouwden blij onz’handen.
Het was alsof Hij door ons heen verdween
en ’t licht in ons is blijven branden.
Blijf zo in ons, o Heer, de zon gaat onder!

Wij wensen u een gezegend Pasen!
Nico Hanemaayer