Zoeken

Op een morgen klopte koster Sjaak op de binnendeur die vanuit onze nieuwe woning naar de kerk leidt. Hij wilde even iets laten zien. Zonder nadenken liep ik met hem mee en pas in de kerkzaal merkte ik, toen ik naar beneden keek, dat ik mijn sloffen nog aan had. Toch wel een mooi huiselijk beeld: een dominee die zo thuis is in de kerk dat ie z’n sloffen nog aanheeft.

Maar aan de andere kant: een dominee op sloffen in de kerk is wel een merkwaardig beeld.
Tenminste, een nóg merkwaardiger beeld is misschien wel dat van Jezus, met sloffen aan. Om precies te zijn: van een beeld van Jezus waar Hij pantoffels aan heeft! We zagen dat eens in Oostenrijk en het bevreemdde ons zeer. Of eigenlijk, wat nog gekker was, Hij had er maar één aan, de ander was duidelijk afgevallen!
Wonderlijk, waarom had Jezus een pantoffel aan? En het was sowieso een vreemd tafereel, want wat te denken van uitgerekend een violist die naast het kruis geknield zat?
Wat dat laatste betreft kan ik nog steeds niet goed bedenken waarom de maker die erbij heeft gezet.

Maar die pantoffels, daarover was bij thuiskomst meer te vinden dan we dachten. Google maar eens en dan komt u nog een pantoffel-strijder tegen, een strijdster zelfs en bovendien van Nederlandse huize: Weyn Ockers die een pantoffel gooide naar het altaar ten tijde van de beeldenstorm en die daarom veroordeeld is en gedood. Maar terug naar de pantoffels in de kerk in Oostenrijk.

 Op sloffen1

Bij nadere bestudering bleken het overigens geen pantoffels te zijn, maar vermoedelijk sandalen. Toen we dat eenmaal wisten kwamen er allerlei associaties naar boven. Als eerste een wat profane.
De Engelse cabaretgroep Monty Python heeft ooit een film gemaakt over het leven van Brian, een figuur die net als Jezus ook zo’n tweeduizend jaar geleden in Palestina geboren zou zijn. Brian krijgt een schare volgelingen, meer dan hem lief is. Op een gegeven moment rent hij weg, op de vlucht voor die schare bewonderaars. Daarbij verliest hij een sandaal. Sommige achtervolgers zien dit als een teken om na te volgen: ‘wij moeten allemaal onze linker sandaal uit doen’. De waaromvraag is niet relevant; het geloof - wil de film zeggen - bestaat nu eenmaal uit vreemde gebruiken en uiteindelijk is het geloof toch een mysterie. Maar waar het me om gaat is de associatie met sandaal: de vlucht. De sandaal heeft misschien te maken met het ‘niet geaccepteerd worden’, met de ‘vreemdheid van het evangelie’, en het is tekenend dat Brian, de hoofdfiguur van de film, zijn leven eindigt aan het kruis.

De andere associatie heeft te maken met een icoon in Kunrade (in de buurt van Heerlen):Op sloffen2

Terwijl Maria haar kind draagt, zo is te zien, is er een visioen van twee engelen met de tekenen van lijden en dood. Opvallend is de relatie met het beeld in Oostenrijk, en wel Jezus' loshangende sandaal! Want volgens de website van de kerk verwijst de loshangende sandaal naar het evangelie waarin Johannes de Doper Jezus aanwijst als "lam van God" en zegt: "Ik ben niet waard de riem van zijn sandaal los te maken." Opnieuw worden we bij het kruis gebracht via de sandaal.
Een laatste associatie, ik laat het naar goed gebruik bij drie, is te vinden in de Koptische traditie (Kopten zijn Egyptische christenen, met een al heel oude traditie). In die traditie, aldus de site van de Koptische kerk in Eindhoven is de ‘losse sandaal’ een bekend gegeven: het heeft te maken met twee wetteksten uit het oude testament.
De eerste behandelt een oud gebruik: wanneer een man overlijdt zonder kinderen te hebben achter gelaten, dan huwt zijn broer diens vrouw waarbij het eerste kind van die twee dan beschouwd wordt als het kind van de overleden broer. Dat was om de mogelijkheid open te houden dat de Messias zou kunnen komen als de nazaat van de overleden broer. Wanneer de broer weigert de vrouw van zijn overleden broer tot vrouw te nemen dan moet zij hem in aanwezigheid van de oudsten zijn sandaal uittrekken en in zijn gezicht spugen. (Deut.25:9) waarbij ze hem toevoegt: 'Zo vergaat het de man die zijn broer nageslacht onthoudt.' De tweede tekst behandelt de situatie dat de erfenis verloren zou gaan als er geen nazaat is voor de overleden man, zoals in Ruth: 4:7-8. Daar lezen we in de NBV: “Koopt u het land maar!’ en hij trok zijn sandaal uit. (Als vroeger een dergelijke koop of ruil rechtsgeldig gemaakt moest worden, bestond er in Israël het gebruik dat men zijn sandaal uittrok en die aan de ander gaf. Zo werd een dergelijke zaak in Israël bekrachtigd.)”
De uitleg die er dan gegeven wordt aan de losse sandaal op Koptische iconen is: Jezus is gekomen om ons los te maken van deze oude gewoontes want de Messias is gekomen en wij hoeven niet meer op Hem te wachten. De losse sandaal is een symbool voor deze verlossing.

Maar ook aan de nog aan de voet vaste sandaal, want die zouden we haast vergeten, wordt in die traditie een uitleg gegeven: Toen de eerste mens zondigde is hij uit het Paradijs gestuurd naar de aarde waar dorens en distels groeien - deze zijn symbool voor de zonden. Wanneer de mens met blote voeten in de zonden zou lopen dan vinden de zonden haar weg weer in de mens. Daarom nam de mens een dier (offer) slachtte het en maakte van zijn huid sandalen om zichzelf te beschermen van de dorens en distels. Dit offer is een symbool voor Jezus die aan het Kruis stierf om ons van de zonden te verlossen. Daarom draagt hij een sandaal, om ons daaraan te herinneren. En daarom wordt er, omgekeerd, in Ex. 3:5 gezegd als God de Heilige aanwezig is: trek je sandalen uit, want de grond waarop je staat, is heilig. In de icoon van de verrijzenis en de ten hemel opneming staat Jezus dan ook met blote voeten want daar zijn er geen zonden meer. Tot zover de Koptische kerk in Eindhoven.

Ik besluit met een laatste opmerking: de sandaal blijkt ook met ons eigen doen en laten te maken te hebben, immers - ik spreek nu Paulus na in Efeze 6 - “Zoek uw kracht in die Heer, in de kracht van zijn macht (...) Houd stand, met (...) de inzet voor het evangelie van de vrede als sandalen aan uw voeten.”

In dat perspectief mogen we leven, en de ‘pantoffel’ of slof of sandaal uit Oostenrijk herinnert er ons aan! En ziet u mij nog eens op sloffen in de kerk, dan weet u waar u aan moet denken...

Ds. Gert Kwakkel

Mocht u overigens nog ideeën hebben betreffende de rol van de violist, wij horen het graag van u: Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.. Net als misschien uw idee bij de kleren die Jezus draagt…

Op sloffen3

Afgelopen week waren we als collega’s uit de nabije omgeving te gast bij beide voorgangers van het Apostolisch Genootschap in Rockanje. Het koor was er ook en zong de sterren aan de hemel. Ze vertelden enthousiast over ontstaan en over de gang van zaken. Zeer leerzaam, want ik merkte hoe weinig ik maar wist van dit genootschap. Gek eigenlijk, want we kerken op een steenworp afstand van elkaar...
Ze vertelden onder meer dat ze op vrijdag met de voorgangers van 8 groepen bij elkaar kwamen, de dienst voorbereiden voor zondag. En op vrijdag werd er ook ingedeeld wie waar voor zou gaan.
Wij, protestantse voorgangers, levend met een preekrooster dat al een jaar van te voren klaar moet zijn waren lichtelijk verbaasd, dat kunt u zich voorstellen. “Worden mensen daar niet onrustig van, en hoe vinden jullie dat zelf?”
Verwonderd hoorden ze ons aan: “ja maar, zo hou je het toch veel meer open voor jezelf en elkaar? Zo blijf je toch veel verwachtingsvoller en gezond gespannener? Is het bij jullie dan niet een keurslijf, wordt het niet saai, en hoe speel je dan in op nieuwe dingen?” Afijn, de avond vloog om. En lichtelijk verbouwereerd toog ik huiswaarts.
Ik weet niet of zij zelf de tekst van Paulus zouden betrekken op hun manier van doen, maar ik moest er wel aan denken. En wat dunkt u, zou die tekst daar bij passen of juist helemaal niet?
Ze hebben me wel aan denken gezet...

Veel meer zou er nog over die tekst van Paulus te zeggen zijn, maar ik laat het hier om der tijdswille bij, er moet nog verder ingepakt. Ik kwam daarbij ook het preekrooster voor het najaar tegen. En ik kan u vast zeggen dat in die diensten ikzelf alleen het woord zal voeren. Maar ja, of de Geest dat goed vindt, je weet het nooit helemaal zeker natuurlijk.

Mede namens Hanny, Gert Kwakkel

Eén van de dingen die onze wereld bepalen is de invloed van het fanatisme. Of je nu wilt of niet, je kunt je er niet voor afsluiten: onbegrijpelijke aanslagen, idiote websites waar mensen losgaan, een presidentskandidaat die als een dreinende baby het ergste doet vrezen - ze rollen je wereld binnen, via krant of tv, sociale media of borrelpraat. Dodelijke ernst, dát straalt al die ongein uit.

Hanny en ik deden samen eens een clownscursus. Grappig was de bevreemding tijdens het rondje ‘voorstellen’ bij de andere deelnemers: “die kerkgangers van jullie weten hier zeker niets van, dat houden jullie natuurlijk geheim!!”. Waarom dachten ze dat? Waarom vinden kerkgangers dat, als ze dat inderdaad al vinden? Lachen en geloven staan op gespannen voet met elkaar, zoiets zal het wel zijn, op het eerste oog. Een dominee die zichzelf serieus neemt kan toch niet ook een clown zijn die zichzelf belachelijk maakt?

Zit wat in. Maar er zit ook iets in wat Nouwen ergens schrijft: "Clowns staan niet in het centrum van de aandacht. Ze komen op tussen twee grote nummers in; ze struikelen en vallen en maken ons weer aan het lachen, nadat de helden die we zijn komen bewonderen, ons in spanning hebben laten zitten. De clowns hebben het niet allemaal op een rijtje, alles wat ze proberen mislukt, ze zijn onbeholpen, zomaar uit hun evenwicht, hebben twee linkerhanden, maar... ze staan aan onze kant! We reageren op hen niet met bewondering maar met sympathie, niet met ontzag maar met begrip, niet met spanning maar met een glimlach. Van de virtuozen zeggen we: 'Hoe krijgen ze het voor elkaar?' Maar van de clowns zeggen we: 'Ze zijn net als wij.' Met een lach en een traan herinneren de clowns ons eraan dat we allemaal dezelfde menselijke zwakheid kennen. Daarom verbaast het ons niet dat pastoraal-psychologen als Heije Fader in Nederland en Seward Hiltner in de Verenigde Staten de clown zien als een sprekend beeld, dat ons helpen kan inzicht te krijgen in de rol van de pastor in de hedendaagse samenleving."
En Vrielink voegt daar nog aan toe: "De pastor (…) lijkt op een clown, functioneert als clown. Als degene die veruiterlijkt en zichtbaar maakt wat zijn aandachtige toeschouwer innerlijk ervaart. Ook als degene die zijn toeschouwer tot tegenspeler maakt door hem zijn eigen achterkant te laten zien, de kant die hij liever achter houdt en verbergt. Zijn onhandigheid bijvoorbeeld of zijn besef klein en niet opgewassen te zijn tegen 'de groten'. Of zijn jaloezie, boosheid, leedvermaak, blijheid, verdriet. De clown laat het hem zien. De toeschouwer herkent het verborgene, bij zichzelf en - heel belangrijk - ook bij anderen. Hij kan erom lachen en leert er mee spelen. Hij raakt meer vertrouwd met zichzelf en met anderen, met het feit dat leven een kwestie is van vallen en opstaan. De clown is een levend vraagteken. Hij richt zich op als pas verworven zekerheid om het volgende moment radicaal onderuit te gaan. Hij laat het relatieve zien van de mens en van heel het menselijk bestaan. Hij is het vraagteken van de vergankelijkheid zelf. Kortom, de clown verbeeldt allerlei fundamentele en abstracte facetten van het menszijn. Hij symboliseert ze, zodat ze hanteerbaar worden."

Lachen is fundamenteel, maar op zichzelf wel iets raars. Het hoort heel wezenlijk bij mens-zijn maar volgens de gangbare wetenschappelijke opvattingen is het merkwaardig genoeg niet te verklaren: “Lachen is een reflex die, anders dan de meeste menselijke reflexen, geen duidelijke biologische functie schijnt te hebben. Zweten, gapen, beven, het zijn allemaal reflexen die in dienst staan van the survival of the fittest. Maar lachen heeft geen aantoonbaar evolutionair voordeel opgeleverd. Integendeel zelfs. In de darwinistische struggle for life zou lachen nadelig moeten zijn, want lachen maakt mensen weerloos. Wie lacht, kan zich niet tegen vijanden verdedigen. Wie lacht, is niet in staat jacht te maken op prooi. Het lachen eist hem volledig op. Zijn mond gaat wijd open, hij werpt het hoofd achterover en produceert een hinnikend geluid, terwijl hij zich op de dijen slaat van plezier. Naarmate hij langer lacht, voelt hij zich slapper worden. En slapte is een verre van ideale lichaamsgesteldheid, zowel in the struggle for life als bij de voortplanting.” Tussen haakjes: misschien is dit wel het beste bewijs dat de theorie van Darwin zijn grenzen heeft...en dat er wel een Schepper moet zijn, wie zou immers zoiets dwaas als de lach kunnen verzinnen? Maar goed, er is dus iets vreemds met de lach aan de hand.

En wat lachen en geloven betreft: er wordt nergens expliciet vermeld in de bijbel dat Jezus gelachen heeft. En onder invloed van de Griekse filosofie is in de kerkgeschiedenis de eeuwen door beweerd dat de lach ‘gevaarlijk’ is. Want de lach neemt de angst van mensen voor de duivel weg en relativeert de ernst van het geloof. Wie niet ernstig is, is een losbol en op zijn minst een onverantwoordelijk individu...

Al zijn er ook kleine tegenbewegingen. Zo is er het gebruik van de zogenaamde ‘paaslach’ ontstaan in de 15e eeuw in Beieren. De ‘Risus paschalis’, zoals het officieel heet, vond plaats aan het einde van de paasdienst. De priester daalde de trappen van het altaar af en kwam tussen de gewone gelovigen staan. Dan vertelde hij een Ostermärlein, een grappig paasverhaaltje. Het was eigenlijk een mop, met de bedoeling de mensen aan het lachen te maken. Voorwerp van spot was meestal de duivel. Over hoe hij mislukte pogingen ondernam om Jezus’ heilsplan te dwarsbomen. “Satan viel, omdat hij zichzelf ernstig nam” (Don Bosco). Ook Petrus en Johannes werden wel eens op de korrel genomen. Over hoe ze probeerden als eerste bij het graf aan te komen en elkaar letterlijk voor de voeten liepen. Die grappen stonden in dienst van dé Blijde Boodschap: wees blij, Christus heeft de zonden en de dood overwonnen.
Een mooie traditie - er is meer te noemen - maar het is wel een heel dun lijntje in de christelijke kerk, geloven en humor.

In het jodendom is die stroom veel breder. Het Hebreeuwse woord voor genade is ‘chen’, en dat is in het Jiddisch tot ‘gein’ geworden. Zoals een joodse auteur opmerkte over het belang van humor: “Ze neemt de bitterheid weg uit het hart van de mens, en relativeert het formaat van koningen, keizers en dictators. Humor betekent niet alleen een verzachting van pijn, maar ook wordt het oneindige erdoor op aarde gebracht. In de joodse theologie neemt God niet de vorm aan van een mens, maar in joodse moppen reageert Hij erg menselijk. Daarin neemt Hij deel aan het lijden en aan de tegenstrijdigheid van de wereld, en ervaart Hij aan den lijve de menselijke situatie. Daarin is Hij dicht bij de mensen, als Hij al niet zelf mens geworden is. Een ragfijne brug van vrolijkheid overspant de kloof, en vormt een verbinding tussen aan de ene kant schepselen van vlees en bloed en aan de andere kant de oneindige grootheid van het Ein Sof [=de Almachtige]. Ketterij en fanatisme zijn het resultaat van een teveel aan logica, en humor is het beste tegengif. De jood streeft deemoed na, niet door op z'n knieën te vallen, maar door zichzelf belachelijk te maken in een mop."

Jezus was een joodse man, de bijbel een van oorsprong joods boek. Daarom is het goed om rekening te houden met dat er in de beschrijving van zijn leven en woorden veel meer ‘gein’ te vinden is dan op het eerste gezicht lijkt. Iemand als Okke Jager heeft in de jaren 50 een boekje geschreven dat nog altijd zeer de moeite waard is over de humor in de bijbel.

Ik sluit af met een verrassende ontdekking: in de Verenigde Staten bestaat er zoiets als clown ministry. Clown dus als een soort ‘ambt’. Er zijn zelfs handboeken voor christelijke clowns. En kerkdiensten met clowns: zie bijvoorbeeld https://www.youtube.com/watch?v=ouB4vZk7Jwg.

Een cursus clownerie is wat mij betreft verplichte kost voor fanatici, ik denk dat ze daar meer van leren dan van wat dan ook. Zo verging het mij tenminste. Of een jaar lang verplicht kijken naar films, van Charlie Chaplin tot Jacques Tati, van Laurel en Hardy tot Popov, van André van Duin en nog veel meer anderen....

Het is niet het explosief waarmee je je gelijk haalt, anderen op andere gedachten brengt, noch gescheld en getier. Maar wel een grap, misschien, dát gooit mensen van hun sokkel. Neem het volgende (ik pas een verhaaltje van Lionel Blue wat aan naar onze situatie):

Een Nederlander en een medelander - een buitenlander dus eigenlijk- die kwamen naast elkaar te zitten op het bankje bij de binnenhof, (daar waar ook wel eens clowns gesignaleerd zijn, zie de foto, maar dat terzijde).
Zegt die Nederlander: "De buitenlanders zijn de schuld van al onze problemen".
"Jazeker...", zegt die buitenlandse Medelander, "Jazeker, helemaal me eens!
De buitelanders... én de fietsers..."
"Huh, waarom de fietsers?", vraagt de Nederlander.
"Ja, waarom de buitenlanders?", zegt de medelander.

 

 Hartelijke groet, Gert Kwakkel

PS In mijn jeugdjaren was er vaak een clown op t.v. U weet wel, Pipo, met zijn Mamaloe. Uit die serie komt de titel van dit stuk, tenminste, de oorspronkelijke versie is van Klukkluk: dat zijn toch van de gekke. ’t Kan verkeren.

 

De vorige maand ging het over ‘water’ in verband met Pinksteren. Dit nummer tap ik uit een ander vaatje, al begint het weer met water.

We doopten enige tijd geleden een kindje met de naam Britt. Rond diezelfde tijd bezochten mijn vrouw en ik de bron van
St Brigid, haar naamgenoot, in Ierland. Toevallig, maar je gaat dan toch denken: wat kunnen we daarmee in die doopdienst? Dus gingen we op zoek naar informatie over die, voor ons tot dan toe onbekende, christelijke kerkmoeder van ruim 1500 jaar geleden.

Haar naam is verbonden met het Book of Kildare, één van de hele beroemde handschriften uit die tijd - u kent misschien wel het Book of Kells. Het werd gemaakt in een klooster dat zij stichtte en dat een beroemd centrum werd in die tijd van spiritualiteit en christelijke missie. In de paastijd gebruikten we een St Brigid-kruis, op de afbeelding hiernaast ziet u haar met het naar haar genoemde kruis, daarover later nog wel eens meer. De vuurkorf zou overigens heel goed een verwijzing naar Pinksteren kunnen zijn: Pasen en Pinksteren hadden bij haar alles met elkaar te maken.

Nu we leven in de tijd na Pinksteren wilde ik u graag laten kennismaken met een bijzonder gebed van haar hand.

Zoals u weet wordt de discipelen verweten op de eerste Pinksterdag dat zij teveel zoete wijn hebben gedronken. De omstanders weten niet zoveel raad met het enthousiasme en de vrijmoedigheid van de eerste christenen: ze stroomden over van geluk om hun opgestane Heer.

Die wijn speelt vaker in de Bijbel een rol, een beeld voor de overdaad, de genade van Godswege. Denk aan de bruiloft te Kana, of aan de berg met zoete wijnen uit de profeten.

Dus zo gek was die opmerking over zoete wijn niet op die eerste Pinksterdag... De omstanders spraken met meer profetisch gehalte dan ze zelf wisten!

Nu werd er in het Ierland ten tijde van St Brigid niet zoveel wijn verbouwd als in Kanaän. Wat wel, tot op de dag van vandaag, in Ierland veel gebrouwen werd was bier (we bezochten niet alleen de St Brigid-bron in Kildare maar ook het famous Guinness museum in Dublin). Het was in vroeger tijden gezonder om bier te drinken dan water. Dat alles samen, het bijbelse verhaal over de overvloed van geestrijke drank en dat wat voorhanden was, hebben St Brigid wellicht geïnspireerd tot het volgende lied/gebed.

I'd like to give a lake of beer to God.
I'd love the
Heavenly
Host to be tippling there
For all eternity

Ik zou een meer vol bier
aan God willen geven.
Ik zou het heerlijk vinden de hemelse
Gastheer daar te zien drinken (1)
tot in alle eeuwigheid
I'd love the men of Heaven
to live with me,
To dance and sing.
If they wanted,
I'd put at their disposal
Vats of suffering
Graag zou ik met de
hemelse mensen samenzijn
om te dansen en te zingen
En als ze dat zouden willen,
zou ik hun vaten vol lijden ter
beschikking stellen
White cups of love I’d give
them,
With a heart and a half;
Sweet pitchers of mercy I'd
offer
To every man.
Witte bekers van liefde zou ik
hen geven,
met heel mijn hart
Zoete kruiken van
barmhartigheid zou ik
aanbieden aan iedereen.
I'd make Heaven a
cheerful spot,
Because the happy heart is
true.
I'd make the men contented
for their own sake
I'd like Jesus to love me too.
Ik zou van de hemel een
vrolijke plek maken
Want een gelukkig hart is
echt
Ik zou de mensen tevreden
maken ter wille van henzelf
En ik hoop dat Jezus óók van
mij houdt.
I'd like the people of heaven
to gather
From all the parishes around,
I'd give a special welcome
to the women,
The three Marys of great
renown.
Het zou fijn zijn als de mensen
in de hemel zich zouden
verzamelen, overal vandaan
Ik zou de drie Maria’s met
hun grote faam speciaal
welkom heten.
 I'd sit with the men, the
women of God
There by the lake of beer

We'd be drinking good
health forever
And every drop would be a
prayer.

 Ik zou daar zitten, met de
mannen en vrouwen van
God, daar bij het meer vol
bier
We zouden tot onze
eeuwige gezondheid drinken
en elke druppel zou een
gebed zijn.

 

 

Wanneer in vroeger tijden mensen op reis gingen, dan was een goede mantel heel belangrijk: bescherming tegen kou en regen, de kap tegen de zon, en ‘s nachts was het een warme deken.

Huub Oosterhuis dichtte er een lied over, en hij verbindt dat beeld van die reismantel, net als in Psalm 104, met God:

Zo vriendelijk en veilig als het licht,
zoals een mantel om mij heen geslagen,
zo is mijn God, ik zoek zijn aangezicht.
Ik roep zijn Naam, bestorm Hem met mijn vragen.
Dat Hij mij maakt, dat Hij mijn wezen richt.
Wil mij behoeden en op handen dragen.

 Nu wij ‘onderweg gaan’ van Schiedam naar Rockanje viel ons dat lied weer in, dat reislied. Want het is goed een reismantel te hebben als de toekomst onzeker is, en te weten dat God ‘als een mantel’ wil zijn op welke tocht in het leven ook (zie ook Jesaja 61:10).

Een mantel, iets van God, dat kan van alles zijn trouwens. Het is iets wat je beschermt, wat je troost, wat je gaande houdt en ook heeft het iets met vertrouwen te maken: als je je mantel om hebt, dan komt het goed. En iets van dat gevoel kent u vast wel: dingen die je vertrouwd zijn, die je als gegoten zitten, waarin je thuis bent: je oude plunje als je in de tuin gaat werken, of gaat klussen, je uniform als je een beroep hebt waar dat bij past, dat steentje dat altijd in je zak zit, dat liedje dat je altijd ‘als vanzelf’ weer fluit.

Iets verder doorgedacht kan die mantel ook een kerkgebouw zijn: iets waar je je in thuis voelt, het pást je. En wij verkeerden in omstandigheid dat we heel verschillende ‘mantels’ hadden in Schiedam: een gereformeerde, een hervormde, een lutherse en zelfs een katholieke kerk! Elk met een eigen ‘reuk’ en snit, elk met eigen mogelijkheden. Het ene leende zich iets meer voor het één en het ander voor een iets andere manier van doen. In Rockanje wordt de ‘garderobe’ overzichtelijker: één Welkomkerk en af en toe in de Dorpskerk, al mag ik misschien ook hier Stuifakkers al noemen. En er komen vast nog wel andere ‘mantels’ bij, we hopen het!

Waar het ons om gaat is dat een nieuwe ‘jas’ altijd wat moet wennen: zakken zitten op een andere plek, de rits gaat anders dicht, bijvoorbeeld.

Het gebouw daar moeten we ons wat thuis in gaan voelen, en de wijze van doen in de eredienst dat zal af en toe best vreemd zijn: welke liederen zijn u lief, wat zijn onze voorkeuren, wat kan er allemaal en wat vindt u mooi. Help ons met dat helder te krijgen alstublieft, wij stellen dat op prijs. Ga er in elk geval vanuit dat het ons gaat om samen God te loven, de wereld te dienen en u (en onszelf) op te bouwen in geloof en hoop en liefde. Om het met een ander couplet uit het hierboven aangehaalde lied te zeggen: met u delen wij de intentie dat tot klinken en zingen komt dat Godsverlangen, de vreugde van het boven jezelf uit te stijgen of juist bij jezelf uit te komen. Het gaat in de eredienst erom het hart/Hart stem te geven:

Spreekt Gij het woord dat mij vertroosting geeft,
dat mij bevrijdt, en opneemt in uw vrede.
Ontsteek die vreugde die geen einde heeft,
wil alle liefde aan uw kind besteden.
Weest Gij vandaag mijn brood, zowaar Gij leeft –
Gij zijt toch zelf de ziel van mijn gebeden.

Dat we dat in de tijd die komt samen mogen ervaren en daarin groeien, telkens weer, telkens verder. In het besef dat de vrede en vreugde in God datgene is wat het leven draagt, dat Hij zijn mantel om ons heen slaat. We wensen het u en onszelf toe. We zien ernaar uit!

 

Hartelijke groet, nu nog uit Schiedam,

Gert Kwakkel en Hanny Langebeeke