Zoeken

Het is vroeg Pasen dit jaar en dus zitten we inmiddels al weer enkele weken in de veertigdagentijd, onderweg naar het feest dat de bron is, waaruit de christelijke kerk voortkomt. Voordat de paasjubel klinken zal gedenkt de kerk de Via Dolorosa, de lijdensweg van Christus, uitlopend op de Goede Vrijdag. Een weg die gekenmerkt wordt door twee woorden: verzet en overgave. Van Bonhoeffer is het woord dat verzet tegen het lijden zonder overgave leidt tot verbittering; en dat overgave aan het lijden zonder verzet, leidt tot berusting.

“Je moet het niet nemen”, zegt de één. “Je moet het maar overgeven”, zegt een ander. Bonhoeffer zegt met de combinatie van de woorden verzet en overgave, dat er voor beide een tijd is. Er is een tijd om je te verzetten tegen alles wat het leven zoals de Schepper het bedoelt, bedreigt en stuk maakt. Jezus heeft zijn leven lang op aarde niet anders gedaan dan dat en Hij koos ervoor om ook de laatste consequentie van die weg te trekken. Toen het er om ging spannen is Hij niet weggevlucht maar blijven staan voor de woorden en daden die het koninkrijk van God nabij brengen. Er is dus een tijd om protest aan te tekenen tegen onrecht dat mensen elkaar aandoen en ook om tot God kyrie-eleis te roepen over zoveel wat mensen ondergaan of overkomt. Al te vlug zeggen, dat een mens het maar moet overgeven, kan verworden tot zeggen dat hij zich maar moet schikken in alles wat er gebeurt. Alsof de God van Jezus gelijk zou zijn aan het lot dat ons overkomt. Boogaard dicht:


“Is er een groot onmetelijk verstand dat van te voren uitwerkt wat er gebeurt,
is er misschien een god die niet verschilt van dat waarvoor ik geen verklaring weet, ons lot?
Die god, weet ik, die is er niet. Er is in naam van God een Mens geweest, een jood
die vol ontferming was en zeer bewogen over ieder mens in nood.
Die is er nog.”

Overgave zonder verzet leidt tot berusting. Maar verzet zonder overgave lijdt tot verbittering, aldus Bonhoeffer. Christus riep hartstochtelijk of de beker Hem voorbij mocht gaan. Maar uiteindelijk zei Hij: “Vader in uw handen…”. Hij verzette zich in de naam van de hemelse Vader heel zijn aardse leven lang tot het uiterste tegen alles wat het leven van mensen bedreigt en stukmaakt. En uiteindelijk gaf Hij zichzelf over. Nee, niet aan zijn lot, maar aan zijn God.

J.M.W.

Onlangs kwam onderstaande tekst mij onder ogen—heel toepasselijk, lijkt me in een gemeente waarvan het merendeel “op leeftijd” is.

Zalig zij die begrip tonen als mijn stap onzeker is en mijn hand beeft.

Zalig zij die beseffen dat mijn oren niet meer alles kunnen horen.

Zalig zij die accepteren dat ik niet meer zo goed zie en hen niet altijd meer zo snel kan volgen.

Zalig die niets laten merken als ik mors met mijn eten.

Zalig zij die even blijven staan om een praatje met me te maken.

Zalig zij die nooit zeggen: ‘dat heb ik al eens van je gehoord’.

Zalig zij die me rustig laten vertellen van vroeger.

Zalig zij die me laten voelen dat ze van me houden en dat ik niet alleen sta.

Zalig zij die mij respecteren en mij in mijn waarde laten.

Zalig zij die met me meeleven als ik moeite heb met het dragen van mijn kruis.

Zalig zij die me door hun goedheid helpen om de weg te vinden naar de Vader.

J.M.W.

Uit oude kerkelijke geschriften weten wij dat pas rond 380 na Christus de viering van het kerstfeest is ingevoerd op de kerkelijke kalender. Tot die tijd vierden de christenen alleen Pasen (daarin werden ook hemelvaart en Pinksteren begrepen). De oude kerk heeft het dus zo’n drie en een halve eeuw zonder kerst gedaan

(voor ons onvoorstelbaar want in de westerse wereld is kerst het belangrijkste feest van het hele jaar- met niet alleen in grote steden maar ook bij ons in Rockanje (in goed Nederlands) een “Christmas-outlet store”. Over de Engelse taal gesproken: op catechisatie hadden we het erover wat het woord “kerst” eigenlijk betekent. Moeilijke vraag, vonden de kinderen. Om ze wat te helpen vroeg ik wat kerst in het Engels is. “X-mas” riep er eentje. Nee joh, “Christmas” zei een ander. Ik schreef dat laatste woord op het bord met een streepje ertussen en zo zagen we dat “Christ-mas” alles te maken heeft met Christus.

Maar kerst is dus het laatst erbij gekomen feest op de kerkelijke kalender. Net zoals ook de verschillende verhalen over de geboorte van Christus niet de eerste hoofdstukken waren die de evangelisten op papier hebben gezet (dat kunt u ook heel goed zien: het oudste evangelie, dat van Markus, heeft helemaal niets over kerst!), maar de laatste. Om zo te zeggen: de evangelisten hebben het levensverhaal van Christus van achteren naar voren verteld. Het is allemaal begonnen met het verhaal van Zijn leven, Zijn dood en vooral met dat ongehoorde bericht dat God Hem niet losgelaten maar opgewekt heeft. Mattheus vertelt aan het begin van zijn evangelie hoe Jezus een zoon van Israël is, maar tegelijk vrij van de zuigkracht van traditie en de claim van het verleden om alles bij het oude te houden. Lukas schildert Jezus als de geboren Herder, de voorganger van Gods tegenbeweging om de menselijkheid te vernieuwen op aarde; een beweging die volgelingen nodig heeft (reden waarom Lukas in zijn tweede boek over de voortgang van de tegenbeweging vertelt). En Johannes belicht vooral dat Jezus degene is die van Boven komt, wiens komst de kloof tussen God en mens overbrugt, hemel; en aarde verenigt te-saam. Sinds Zijn komst is de aarde een ruimte geworden waar wij mensen vol van genade en waarheid kunnen worden.

Als wij ons afvragen wat kerst betekent, wat er sinds kerst, sinds Christus anders is geworden in de wereld, dan horen wij de evangelisten ieder op zijne wijs antwoorden: sinds die tijd is de naam van de onzienlijke God onlosmakelijk verbonden met dit levensverhaal. Daarom worden als een samenvatting al die grote woorden (Heiland, Redder, Vredevorst) betrokken op dit kind en daarom (omdat je het kerstevangelie moet horen vanuit het paasevangelie) staat ook het begin van Jezus’ leven al te glanzen in hemels licht.

De betekenis van het kerstfeest wordt geconcentreerd in de ene naam die uit de hemel aan dit Kind wordt gegeven: Jezus=Jozua= de Heer bevrijdt. De glans van die naam straalt als een ster boven alle kinderen die geboren worden. Over alle mensen die zo oud zijn geworden dat ze moe en soms ziek van het leven zijn geworden. En over alles wat zich daar tussen in beweegt op beurtelings prachtige en gruwelijke aarde die nooit ophouden zal om Gods aarde te zijn, omdat de duisternis dit Licht niet gegrepen heeft en dus nooit meer zal kunnen doven. Met de woorden van Boogaard:

Voor het licht ben ik geboren,
in het licht zit ik te schrijven
want ik ben de stem gaan horen
van Hem die licht is voor ons allen
en die er geen terug laat vallen
in het duister van voorheen.
“Schrijf”, zegt Hij, “nooit meer alleen”.

J.M.W.      

In zijn brief aan de Romeinen (hoofdstuk 13, 11-14, een gedeelte dat van oudsher de brieflezing is van de eerste adventszondag) schrijft Paulus over het heil -dat wil zeggen de wereld die heel is, de nieuwe aarde- dat het heil nu meer nabij is dan ooit. Paulus ging er, net als alle christenen van het eerste uur vanuit dat het koninkrijk van God heel spoedig in heerlijkheid zou komen. Het heil was in hun beleving heel dichtbij.
Inmiddels leven wij al zoveel eeuwen na Paulus en nog steeds is het koninkrijk van God niet in zijn volheid gekomen. Toch zijn bovenstaande woorden uit de Romeinen brief ook voor ons bestemd.

Abraham Heschel vertelt ergens een mooi verhaal dat heel goed past bij het thema van de advent. Er was een klein geïsoleerd joods stadje, ver weg gelegen van alle doorgaande wegen. Maar het had alle noodzakelijke voorzieningen, er was een ziekenhuis, een badhuis, een school, een begraafplaats, een gerechtshof. En er waren handwerkmensen: bakkers, kleermakers, schoenmakers, timmerlui en metselaars. Alleen één beroep ontbrak: er was geen klokkenmaker. Na verloop van tijd wist niemand meer precies hoe laat het was want geen enkele klok liep nog gelijk. Veel mensen besloten om hun klokken maar gewoon te laten aflopen en ze niet meer op te winden. Dat had toch geen zin meer. Maar er waren er ook die hun klokken bleven opwinden ook al wisten ze dat ze niet precies de juiste tijd aangaven. Op zeker dag ging het bericht door het stadje: er is een klokkenmaker gekomen in de stad. Iedereen rende naar huis om zijn klok te halen om die door de vakman te laten repareren. Maar alleen de klokken die al die jaren waren opgewonden kon hij repareren. De andere waren door de lange tijd waarin ze niet hadden gelopen teveel verroest….


Een Duitse predikant die leefde aan het einde van de 19e eeuw zei ooit dat iedere generatie opnieuw de plek bezet houdt van de mensen die zullen leven bij de komst van de Heer. In- en met hun dagelijks leven zullen zij leven vanuit de verwachting van de komst van het land waar God Koning is.
Zolang wij leven is dát onze plek, is dat onze taak, om met- en door ons leven de plaats te zijn waar verwacht wordt, de trouwe knecht te zijn waar Jezus in zijn gelijkenissen over spreekt. En de rest is voor God, voor God alleen.

J.M.W.

Rond de wisseling van oktober en november vallen drie gedenkdagen van de christelijke kerk achter elkaar. De eerste (en jongste van de drie) is op 31 oktober, hervormingsdag, de dag waarop –over twee jaar 500 jaar geleden- Luther’s reformatie van de oude kerk van Rome begon. Vervolgens is het dan op 1 november in de roomse kerk Allerheiligen. De viering van de avond vóórafgaand aan Allerheiligen- op zijn Engels wordt dat “All Hallows Eve”, afgekort tot Halloween- mag zich de laatste jaren verheugen in een toenemende populariteit, waarbij overigens de meeste vierders denk ik, geen idee hebben waar de naam en het gebruik vandaan komt. Allerheiligen is een feest wat sinds de 9e eeuw wordt gevierd (paus Gregorius de vierde stelde het in) en zou je het familiefeest van de kerk kunnen noemen. Alle heiligen, d.w.z. alle mensen die in de loop van de eeuwen ons tot voorbeeld strekken, die ons inspireren - alle heiligen zeggen ons op dit feest: niet het graf is het einde maar de gemeenschap met- en de geborgenheid in de levende God. Vandaar dat direct na Allerheiligen een dag later, op 2 november, Allerzielen wordt gevierd, de dag waarop in de traditie van de oude kerk de gestorvenen worden herdacht.
In het verleden werden deze gedenkdagen verre van elkaar gehouden. In de roomse kerk was er weinig oog voor dat de reformatorische traditie van Luther en Calvijn op z’n minst een belangrijk en waardevol gedeelte van de christelijke kerk vertegenwoordigt. En omgekeerd moesten protestanten niets hebben van het gedenken van heiligen—dat werd door stoere calvinisten (erg kort door de bocht) nog wel eens afgedaan als ‘paapse poppenkast’, en dat terwijl toch niemand minder dan de apostel Paulus in zijn brieven gewone gemeenteleden in Rome of Corinthië heel vaak aanspreekt als ‘heiligen’.

Inmiddels zijn de tijden veranderd. Op ons mooie eiland Voorne zijn er een paar protestantse kerken die de gestorvenen volgens de roomse traditie gedenken op de eerste zondag in november en niet meer zoals de meeste protestantse kerken dat (in de lutherse traditie) doen op de laatste zondag van het kerkelijk jaar, vlak voordat de advent begint. En…. in lied 737 uit ons liedboek, geschreven voor de voleindingszondag, staan Luther en alle heiligen onbekommerd samen bij elkaar. Dichter Willem Barnard laat in het lied zijn fantasie de vrije loop als hij het visioen van het nieuw Jeruzalem bezingt en hij schrijft over de heiligen die in het licht staan en onder die heiligen is ook Luther: “en Luther zingt er als een zwaan…( couplet 18)”. Die zwaan heeft niet zozeer met Luther’s stemgeluid te maken maar met één van de voorlopers van de grote reformator—Johannes Hus uit Tsjechie. ‘Hus’ betekent gans en volgens de legende moet Johannes Hus op de brandstapel (waartoe hij vanwege vermeende ketterij was veroordeeld) gezegd hebben: jullie kunnen mij wel doden, maar na mij, na deze “gans” zal er een zwaan komen. Daarom staat er bovenop vele kerken in Duitsland een zwaan, als beeld van het lutheranisme. Op 22 november(we houden ons maar aan de lutherse traditie) zullen wij, als wij onze gestorvenen gedenken voor- en samen met alle heiligen dat oude gebed bidden: God bron van alle leven, wij gedenken vandaag hen die ons zijn voorgegaan; zij leven verder in ons hart en maken deel uit van onze dagen. Wij vertrouwen erop dat zij ook voorgoed in Uw hart leven. Met hen verbonden vragen wij: behoed ons, geef ons de kracht om met hen en met U onze weg te vervolgen, en wees Gij zelf onze toekomst. Amen

J.M.W.