De zomermaanden zijn weer begonnen, weken waarin voor veel mensen, het ritme van het dagelijks leven voor even onderbroken wordt: in ons dorp zien we de komende tijd bijna dagelijks en zeker in het weekend, weer hele hordes naar het strand trekken, of op de fiets een tochtje maken over ons mooie eiland met al zijn recreatieve voorzieningen. Dat woord recreatie betekent letterlijk "nieuwe schepping" en is daarom heel toepasselijk om te omschrijven wat al die mensen komen zoeken: ze willen graag herboren, verfrist straks weer huiswaarts gaan, op nieuwe adem gekomen door het verblijf in de rust van onze stiltegebieden.

Aan een monnik werd eens door een paar bezoekers van het klooster de vraag gesteld: "waarom doen jullie kloosterlingen dat eigenlijk? Wat is de zin van een leven in de rust en de stilte"? De monnik was juist bezig een emmer water te putten. Hij vroeg zijn bezoekers om dichterbij te komen: "Kijk eens in de put, wat zien jullie daar"? Ze keken in de diepte maar zagen helemaal niks. Een poos later zei de monnik: "kijk nu nog eens naar beneden". Weer bogen de bezoekers zich over de rand van de put. "Wat ziet u nu?", vroeg hij. "Nu zien we onszelf", was het antwoord. "Ziet u", vervolgde de monnik, "toen ik daarnet water uit de put haalde, was het oppervlak onrustig door de emmer die er in rond bewogen had. Maar nu is het rustig geworden. Dat is de ervaring van de stilte: je ziet jezelf. En als je in jezelf tot rust gekomen bent, zie je niet alleen de wereld om je heen met andere ogen, maar ook God."

Zoals C.S. Adama van Scheltema dichtte:

Min de stilte in uw wezen,
zoek de stilte die bezielt,
zij die alle stilte vrezen
hebben nooit hun hart gelezen,
hebben nooit geknield.
Leer u aan de stilte laven:
waar het leven u geleidt -
zij is uwe veil'ge haven,
want zij is de grote gave
van de Eeuwigheid.

J.M.W.

Tijdens onze vakantie kwamen we in Modica- een klein barok-stadje in het zuidoosten van Sicilië- en bezochten een kerkdienst waarin de naamdag van de beschermheilige van de stad werd gevierd. Dat was sint Joris; een man die leefde in Capadocië in het huidige Turkije, die op 23 april 303 omwille van zijn christelijk geloof werd vermoord. Voorin de kerk stond het beeld van deze heilige waar de schoolkinderen van het stadje bloemen bij legden. Op het altaar stond ook een zilveren kistje met, naar verluid, een paar botjes van de heilige erin. De kinderen werden door hun familie uitvoerig op de foto gezet met het beeld van Joris en ook staande naast het kistje waarin zijn relikwieën gekoesterd worden. Na de dienst raakten we in gesprek met iemand van het kerkbestuur, die ons van alles vertelde over zijn kerkgebouw en vervolgens ons vroeg waar we vandaan kwamen. Toen hij hoorde dat we protestant waren ging hij op een bepaald moment van het Italiaans over in het Engels ("mijn medekerkleden hoeven niet te horen wat ik nu zeg") en zei dat hij het hele gedoe rondom de (vermeende) overblijfselen van de heilige eigenlijk een beetje heidens vond. Per slot van rekening, zo vond hij, is Christus het ware gezicht van God.

Ik moest eraan denken toen ik van de week in de krant las dat deze maand juni in de kathedraal van Turijn voor het eerst sinds jaren één van de bekendste relikwieën ter wereld weer te zien is: de doek waarin volgens de katholieke kerk het lichaam van Christus gewikkeld zou zijn, toen Hij van het kruis werd afgenomen. En inderdaad, het laken vertoont bloedsporen en vaag is het 'negatief', de afdruk van het gezicht van een man erop te zien. Hoe die afdrukken op het doek gekomen zijn weet niemand en een ander probleem blijft de datering. Onderzoekers concludeerden jaren terug al dat de doek stamt uit rond 1300 na Christus, maar er zijn collega wetenschappers die dit bestrijden. Ruim een miljoen pelgrims hebben al een plekje gereserveerd om te gaan kijken in Turijn. Paus Franciscus gaat op 21 juni en zei onlangs na de dienst in de sint Pieterskerk dat "deze doek gelovigen helpt om in Jezus het barmhartige gezicht van God te vinden". Met het laatste stuk van die uitspraak: 'Jezus die het barmhartige gezicht van de onzienlijke God is' zal denk ik iedere christen het volmondig eens kunnen zijn. Maar of dat laken daar nou bij helpt? Het lijkt mij dat je om het gezicht van Christus te ontdekken beter de evangeliën kunt openslaan: die vertellen van de woorden en de daden die de levende Heer zegt en doet. Wat dat betreft zit ik veel meer op de lijn van wat de man in de kerk van Modica na de dienst tegen ons zei.

J.M.W.

Begin vorige maand was het 40 jaar geleden dat ik voor het eerst op de preekstoel stond. En hoe langer ik in de bijbel lees en er op studeer, hoe meer ik er van onder de indruk kom hoezeer het in het Boek der boeken gaat om een geschiedenis die geen verleden tijd wordt, maar waarin ieder van ons zich herkennen mag. Om zo te zeggen: wij lezen dat Boek, maar nog veel meer leest dat Boek ons en vertelt wie wij zijn! Natuurlijk, de bijbel is een bibliotheek van de boeken en boekjes, waarin we veel soorten en genres verzameld vinden: proza en poëzie, liederen en kronieken, spreuken en legendes, gelijkenissen en brieven. Gebundeld en geordend omspannen ze in 66 boeken en boekjes zo'n kleine twaalf eeuwen (de oudste stukken van het O.T. stammen van rond 1000 v. Christus, de jongste gedeelten van het N.T. uit de tweede eeuw na Christus). Maar heel die bonte verzameling heeft uiteindelijk maar één thema: de verhouding van God met ons mensen. De bijbel is het verhaal van een weg (de eerste christenen werden zo genoemd: mensen van de weg). Op een weg ben je in beweging en verandert het landschap om je heen. Voor die gedachte van beweging zijn nogal wat goede christenen wat benauwd. Want waar blijft dan je vastigheid? De bijbel is toch het onfeilbare woord Gods? En daarmee bedoelen ze dan zo ongeveer dat alles in de bijbel voor ons evenveel goddelijk gezag heeft. "Zo ongeveer" schreef ik want geen mens peinst erover om de offerwetten uit Leviticus te houden. Nee, zeggen we, die zijn vervuld in Christus (hoewel we Hem in Mattheus 5 in de Bergrede horen zeggen dat geen tittel of jota van de Wet vervallen is). Zeker, maar al die andere wetten uit Exodus en Leviticus? "Die moet je lezen vanuit de tien geboden." Nou en of, maar waarom vieren wij dan niet de zevende maar de eerste dag van de week als rustdag? "Omdat dat de dag van de opstanding van Christus is." Helemaal mee eens. Maar de bijbel is dus geen tijdloos boek. In de 12 eeuwen van haar ontstaan veranderde het landschap: de weg liep langs nomadententen en boerenakkers, door paleizen en tempels, door Babylon en Jeruzalem, via Antiochië en Athene naar Rome. Steeds een andere wereld, en andere mensen en daarom ook verschillende manieren waarop mensen de bevrijdende Stem van God hoorden. Mozes krijgt bevel om de koperen slang op te richten maar Hizkia (2 Koningen 18,4) slaat die juist weer kapot. Abraham moet zijn zoon besnijden maar de Galatiërs krijgen van Paulus te horen dat ze Christus verloochenen als ze dat doen. Calvijn noemde dat aanpassing aan steeds andere omstandigheden. Maar dat ene blijft hetzelfde: God die de mens zoekt. Zoals de joodse denker Heschel ooit zei: de hele geschiedenis van de mensheid is samen te vatten met de vraag in Genesis 3: mens waar ben je? God zoekt de mens, en wij zijn al door Hem gevonden, nog voor wij gaan zoeken.

J.M.W.

 het boek dat ons leest

Het is een bekend gegeven dat onze westerse (Romeinse) traditie van de christelijke kerk meer de nadruk heeft gelegd op Goede Vrijdag dan op het Paasfeest. Dit in tegenstelling tot de oosters-orthodoxe tak van de christenheid waar Pasen hét grote feest is, een stukje hemel op aarde. Maar natuurlijk maken ook wij ons dit jaar op om Pasen te gaan vieren en op verhoogde toon te zingen van de Levende. Wijlen Toon Hermans schreef in zijn boek: "liggen in het gras" ooit een gedicht met als titel: "ik leef".

'Ik leef', zei ik, 'ik leef'
en ik hoorde dat ik het zei
maar plots'ling dacht ik: 'neen, niet ik
maar er leeft "iets" in mij...'
het is dat wonderlijke "iets"
dat zorgt dat ik besta
en ik? Nou ja, ik ben er wel
maar ach...ik kom en ga
want als mijn "tikje" niet meer slaat
dan staat mijn "ikje" stop
maar het grote "iets" dat blijft en blijft
het "iets" dat houdt niet op;
en of ik zing of fluit of fiets
rechtop zit in mijn bed
ik voel van binnen steeds dat "iets"
mij in beweging zet.

Als ik dit gedicht lees denk ik: hier had ook het woord pasen boven kunnen staan. Misschien niet met hoofdletters, maar met kleine letters. Pasen zorgt ervoor dat een mens kan zingen, fluiten of fietsen; dat het leven leefbaar is- of weer wordt. Wat weldadig bij mij over komt in dit gedicht is de aandacht voor het gewone leven. Met de nodige humor ook: mijn "ik" is ook maar een "ikje". Dat "ikje" scharrelt wat door het leven. Het is ook erg kwetsbaar, dat "ik" van mij. Het moet door "iets" beschermd worden. Het woord "God" valt nergens in het gedicht, maar Toon Hermans, diep gelovig mens als hij was, verwoordt hier wat mij betreft zonder twijfel het geheim van Pasen. Want een geheim, een mysterie blijft het. Wie het paasevangelie uit elkaar gaat rafelen om er achter te komen wat er nu precies gebeurd is, verliest dat geheim. Pasen wil zeggen: er is een God die blijft. Als de weg van Jezus dood-loopt is dat een geweldige breuk. Een zwart gat waar je niet doorheen kijkt. Maar als Jezus zich overgeeft met de woorden: Vader, in Uw handen beveel ik mijn geest, dan geeft Hij zich over aan Hem die een God van levenden is en niet van doden, want voor Hem leven zij allen (Lukas 20,38). Deze God heeft Jezus opgewekt, dwars door de dood Hem opgenomen in Zijn schoot. Het geheim daarvan geeft Hij niet prijs aan nieuwsgierige wijsneuzen. Maar deze God is wel de Enige die op Pasen dode dingen, situaties en mensen in beweging kan krijgen.

J.M.W.

pasen 2015

 

Het woord smartlap is in onze taal een wat neerbuigende benaming voor het levenslied en dan vooral voor die vormen van het levenslied, waarin een 'tranen-trekkende' geschiedenis wordt verteld. Het woord kwam in zwang aan het begin van de jaren '60 van de vorige eeuw toen Mary Servaes, alias de zangeres zonder naam, er grote triomfen mee vierde. André Hazes was er ook een meester in. En al ver voordat het woord smartlap op deze manier bekend ging worden, hadden we in onze eigen omgeving natuurlijk het beroemde, niet goed aflopende verhaal over "Ketelbinkie", die straatjongen uit Rotterdam die voor de eerste keer naar zee ging en van zijn moeder op de kade schuchter lachend afscheid nam.

Maar oorspronkelijk is het woord smartlap veel en veel ouder dan 50 jaar. In de middeleeuwen werden er in de veertigdagentijd naar Pasen toe, in de kerken doeken over het altaar gelegd om daarmee de afstand tussen de heilige God en de mensen te benadrukken. In een latere fase werden deze lappen beschilderd met gedeelten uit het lijdensevangelie van Christus- als een soort godsdienstles voor bezoekende kerkgangers- (vergeet niet dat bijna niemand in staat was om te lezen in die tijd, men moest het hebben van de beelden, vandaar ook in oude kerken alle schilderijen, fresco's en tekeningen die als een strip de Bijbelse verhalen uitbeelden). Deze doeken, ook wel smartlappen genoemd, (want ze hingen er alleen in de tijd waarin de kerk het lijden van Christus gedenkt), zijn als het ware spiegels ter bezinning. De tijd op weg naar Pasen die wij eind februari zijn ingegaan is er van oudsher voor bestemd om ons te bezinnen op onze roeping in het leven, om na te denken over onze solidariteit met mensen in nood, de mensen in wier verlatenheid Christus vandaag lijdt. Om een antwoord te zoeken op de vraag wat ons geloven in God te maken heeft met onze eigen manier van leven. Schulte Nordholt schreef ooit een lied voor de lijdenstijd waarin hij op een heel diepzinnige en kernachtige manier de smart, het lijden verwoordt:
"O Liefde uit de eeuwigheid, die met ons mens geworden zijt, wij bidden laat ons niet alleen in al het duister om ons heen, opdat ook wij Heer, U niet verlaten in Uw diep verdriet,
maar bij U zijn in alle pijn waarmee de mensen mensen zijn."
J.M.W.

handen

 

Zoeken