Er was een periode dat we de pastorie niet in en niet uit konden. De deur kon niet open omdat de vorst dat belette. Het was een vrij strenge vorst. En het was lastig, het zat ons in de weg. De enige manier om naar binnen en naar buiten te gaan was, gelukkig, via de kerk. En zo betraden we vaker dan normaal de kerkzaal. En zeker als het dan donker is, alleen de noodverlichting brandt en je ziet de contouren van de preekstoel en de tafel, het kleed, het orgel, alle stoelen, dan is er toch de neiging om even te gaan zitten, je te laten omringen door alles. Zo had de vorst ook goede kanten zal ik maar zeggen. Ik moest op een avond toen we daar even stil stonden, denken aan dat ochtendgebed waarmee één van onze gebedenboeken opent:

Heer op deze heilige plek,
waar zelfs de stenen uw naam zeggen,
help mij stil te zijn en te voelen
dat ik omringd ben door uw liefde.

De wereld om je heen kan spreken van God, de stenen. Maar ook zoals dat gebed verder gaat met een tekst uit India:

En Gij die mij ogen hebt gegeven
om het licht te zien dat speelt in mijn kamer,
geef mij ook ogen
om U te zien op deze plek.
O Gij die mij steeds weer
de morgenbries om mij heen laat voelen
help me uw nabijheid te ervaren
als ik eerbiedig voor u buig.

En zelfs in de mens die je ontmoet, want zo staat er verder in dat ochtendgebed (geleend uit de Keltische traditie):

We zagen een vreemdeling gister,
wij gaven hem voedsel en drinken, en maakten muziek.
En met de naam van de drie-enige God heeft Hij óns en ons huis gezegend,
ons vee en allen die ons lief zijn.
Zoals de leeuwerik zingt in zijn lied:
dikwijls, heel dikwijls komt
Christus tot ons in de gedaante
van de vreemdeling.

God doet overal van zich spreken, in de wereld om ons heen. U heeft het misschien zelf ook wel eens ervaren, net als ik in die donkere kerk, in het zonlicht, in de voorbijganger, in het lied van een vogel.

Dat is in elk geval ook wat Pasen ons verhaalt, dat God spreekt door de wereld om ons heen: tot op vandaag vertellen wij het verhaal van een weggerolde steen, van een tuin waarin een fluistering klinkt die Maria de ogen open doet gaan, van twee mannen die een vreemdeling uitnodigen en zélf gezegend worden. God spreekt tot op vandaag, ik wens u die ervaring toe, telkens opnieuw.

Hartelijke groet, Gert Kwakkel

weggerolde steen

 

2018

 

"Aan de lezer heil!"

 

Zo begon men vroeger brieven. Ook aan het begin van een nieuw jaar wensen mensen elkaar het goede, of, in andere woorden: veel heil en zegen! Dat wensen ook wij u toe voor het nieuwe jaar 2018. Misschien mag dat nog net, hoewel het jaar als u dit leest inmiddels al weer in volle hevigheid op gang zal zijn. Graag hadden we u die zegenwens in de kerk toegewenst op 7 januari, naar goed gebruik. Helaas hadden we een verplichting elders in verband met de situatie van mijn moeder. Familie-overleg bleek nodig waardoor we die ochtend al vroeg op weg waren naar het Noorden.

Het begin van een nieuw jaar en afsluiten van een oud is ook altijd een moment van reflectie, van achteromzien en van vooruit kijken. En als ik terugkijk in persoonlijke zin, dan was het wel een heel bijzonder jaar. Met de overgang naar deze gemeente als meest markante gebeurtenis. Daarbij hoorde een tijd heen en weer reizen omdat de Til verbouwd werd. Dat gereis en nog niet goed kunnen ‘aarden’ werd gaandeweg zwaarder, tijdrovend en onhandig. Gelukkig is daar sinds oktober een eind aan gekomen. In die reisperiode viel ook de opname van Hanny op de intensive-care. Er werd, toen alles weer in goede banen leek te komen, gezegd dat het wel een jaar zou duren voor ze weer ‘de oude’ zou zijn. Dat jaar is nu bijna om, het was heel hard werken, vooral voor Hanny en nog niet alles is weer terug bij het oude maar we hebben goede hoop.

De verhuizing was een zegen: eindelijk hier kunnen wonen en werken, in een prachtig en gelijkvloers huis, tegen de kerk aan gevleid, hoe mooi kun je het treffen als predikant! Anderzijds, zoals iedereen die verhuist, merkten we hoezeer het toch altijd weer een hele klus is om afscheid te nemen van het oude, los te laten, en het nieuwe ‘jou passend’ te maken.
De laatste aanpassingen zijn er nog niet maar het is nu wel ‘op orde’ te noemen en wij kunnen ons er goed in bewegen.

Het begin van een nieuw jaar is ook een moment van goede voornemens. En dat is vaak iets dat in het vorige jaar niet naar wens is gegaan. En achterom ziende vind ik het erg vervelend dat de kennismaking niet zo voorspoedig heeft kunnen gaan als gehoopt. Verschillende redenen spelen dan een rol, zoals bijvoorbeeld het bovenstaande. Maar ook dat kennismaken toch vaak veel meer tijd vraagt dan eerst werd gedacht. Eenmaal aan de koffie blijkt er een hele geschiedenis van verhalen en gevoelens mee te komen. Belangrijk en erg boeiend, dat in de eerste plaats. Echter er kwam alles bij elkaar te weinig van om iedereen al te bezoeken. Dat spijt me en het valt me zwaar elkaar nog niet ‘van aangezicht tot aangezicht’ te hebben kunnen spreken. Het meest urgente voornemen voor het nieuwe jaar is dan ook om dat voorrang te geven. Dus in het vergadercircuit zal ik zo streng mogelijk zijn ;-) wat mijn aanwezigheid betreft, herhaalbezoeken moeten soms ook even wat langer wachten wellicht, en de kennismakingsbezoeken zelf moeten ook wat ‘aan de tijd’ gehouden worden. Wanneer ik u nog niet bezocht hebt, betekent dat niet dat ik niet langskom, maar alleen dat het nóg niet heeft mogen plaatsvinden. Mocht er overigens aanleiding zijn dan mag u natuurlijk altijd bellen of mailen om met spoed een afspraak te maken! Dat kan bij u thuis, maar dat kan ook hier, in de voormalige Til.

Want die voormalige Til is nu een woning, en wat voor een: als u via de kerk binnen zou komen dan zou u boven de deur het bordje ‘wonderhuisje’ zien hangen. Een oud bordje, van een andere plek, maar ook op deze nieuwe plek helemaal waar: het is iets heel bijzonders geworden! Aan de buitenkant hadden we nog een bord toe willen voegen, of letters beter gezegd, in de stijl van wat er nu hangt als ‘De Til’ maar we hebben nog niemand kunnen vinden die dergelijke letters kan maken - als u nog iemand weet houden we ons aanbevolen - dat blijft een voornemen dat nog uitstaat.
Een ander voornemen dat wij maakten met de jaarwisseling: u van harte uit te nodigen om binnen eens te kijken wat er van die oude Til met zoveel geschiedenis nú geworden is na de verbouwing en met die nieuwe bewoners. En wel op 4 februari na de ochtenddienst: van harte welkom! Ook onze kinderen hopen er dan te zijn en zullen vast iets voor u gebakken hebben...

 

 welkom

 

Hartelijke groet, ook van Hanny,
Gert Kwakkel

 

Het was een veelbewogen maand, de voorbije. En op het moment van schrijven is het bijna Witte Donderdag. Een avond is het nu die een wonderlijke stilte heeft. De stilte na de afgelopen weken van veel hectiek. De stilte voorafgaand aan die heel verschillende vieringen de komende dagen.
En ik moet denken aan dat prachtige gedicht van Guillaume van der Graft

Zolang er nog ergens iemand bestaat
met wie ik, als mens, kan spreken,
vind ik wel een stilte midden op straat,
een stilte die niet kan breken.
een kostbare stilte van zuiver glas
dat ik zelf met mijn stem heb geslepen.
Als ik er niet was en mijn stem er niet was
had niemand die stilte begrepen.

Maar als Hij er niet was en zijn stem was er niet,
dan was er van stilte geen sprake
alleen maar van zwijgen, zo hard als graniet,
en dat kan je doodeenzaam maken.
Maar de stilte- dat is een tweestemmig lied
waarin God en de mens elkaar raken.

Ik laat het daar even bij, voor dit moment. Er is veel in gezegd. Over dat God zich in de stilte kan openbaren, dat dat ook nódig is omdat het anders ‘dodelijk’ is; en dat mensen dat kunnen bemiddelen. Wij hebben dat ervaren, mag ik het zo zeggen? In uw betrokkenheid bijvoorbeeld. We zijn dankbare mensen. En we zijn er stil van. En vanuit die stilte gaan we de komende dagen in. Heel bijzonder om dat samen met u te kunnen vieren, juist nu, in alle onvanzelfsprekendheid.

Als u dit leest is het Pasen geweest. We hopen dat u in de diensten ergens ook dat moment van stilte hebt ervaren, dat tweestemmige lied,
dat God en u elkaar hebben ‘geraakt’.

Hartelijke groet, ook van Hanny
Gert Kwakkel

Langzamerhand wordt de Til nu echt omgebouwd tot een Kwakkelnest. En dat betekent ook dat hier in het schiedamse de urgentie wat voelbaar wordt om op te ruimen en in te gaan pakken voor ‘de oversteek’.
Bij dat opruimen en archiveren kwam ik twee dingen tegen die ik, licht bewerkt, de moeite van het doorgeven waard vindt. Het ene spitst zich toe op jongeren, het andere is bijbels-theologischer van aard.

PINKSTEREN 1: Waar begin je aan?
Pinksteren: het laatste en onbegrijpelijkste van de drie grote, christelijke feesten. Wat kan Pinksteren voor ons en voor onze kinderen betekenen? Als je er dieper over probeert na te denken, wordt het steeds lastiger op deze vragen een antwoord te geven.

En dan komt Pinksteren...
Over Kerstmis valt wel wat te zeggen: het gaat om de komst van Jezus, het licht der wereld. Tegelijkertijd besef je dat hiermee volstrekt niet alles gezegd is, maar wel heel veel. Pasen wordt al moeilijker: praten over dood en opstanding is nooit eenvoudig en zeker niet als je met tieners praat. Dan praat je met jonge mensen die druk bezig zijn een eigen visie op de zin van het leven te ontwikkelen. Dood lijkt zo ver bij hen weg.
En dan komt Pinksteren... Ik zei tegen de eerste de beste tiener die ik tegenkwam, een neefje die hier langskwam: 'Ik moet schrijven over tieners en Pinksteren.' Het antwoord was direct en realistisch: 'Nou nou, waar begin je aan!'

Het wordt weer mooi weer
Voor veel mensen is Pinksteren de tijd van het begin van de zomer, het mooie weer, vrijheid en het weer proberen van de tent. Van het met volle teugen ademhalen en genieten van het leven zoals het zou moeten zijn. Uitstapjes worden gepland, er worden kampweken en sporttoernooien georganiseerd. Voor tieners is dit een drukke, maar mooie tijd waarin veel sociale vaardigheden worden geoefend. In oude tijden was dit het feest van de eerstelingen van de oogst. Van het binnenhalen van de eerste resultaten van het werk.

'Dat wat maakt dat je gelooft...'
Een heel goede uitleg van de betekenis van de heilige Geest hoorde ik van een vriendin die in het onderwijs werkt. Zij greep toch altijd weer terug naar de uitleg die zij in haar eigen kindertijd gehoord had: 'De heilige Geest is dat wat maakt dat je gelooft.' En zo is het ook, denk ik.
Tegelijk blijft er ruimte voor de twijfel van elk christenmens, om het eens ouderwets te zeggen. Wat maakt dat ik geloof? En geloof ik wel genoeg? Twijfel hierover is bepaald niet alleen van vroeger eeuwen. Hoe moet ik geloven? Onzekerheid is geen schande. Iedereen die over dit onderwerp nadenkt, komt die twijfel tegen. Die zal bij de mens blijven zolang er mensen zijn.

'Laat me met rust'
Twijfelen, dat lijkt wel het handelsmerk van tieners. Je onzeker voelen. En tegelijkertijd de behoefte hebben om gerespecteerd te worden. Om eigen gedachten te mogen hebben. Om een onderwerp aan te snijden en praktisch in één adem daarop te zeggen: 'Je begrijpt me toch niet. Laat me met rust.' Het is de tijd om niet mee te gaan naar de kerk, want wat daar geboden wordt spreekt lang niet altijd meer aan. Het is de tijd om hardop te zeggen wat onze jongste al vroeg formuleerde: 'Ik zie hem niet, dus Hij is er niet.' En dat met de ondertoon van 'en wat denk je hieraan te doen?'. Het is de tijd waarin ze toch ineens vragen om een avondgebed en dan samen met jou filosoferen over de zin van de doodstraf. Of over nog iets anders.

Laat maar waaien...!
Als tieners wat ouder worden, zie je hoe ze omgaan met wat ze van jou en in de kerk en op school geleerd hebben. Hoe ze omgaan met de opgaven in hun leven en met hun medemensen, met vallen en opstaan. Ik denk dat dit ook het moment is om een kind over te laten aan de heilige Geest. In het vertrouwen dat die aanwezig is op het sportveld, waar een stel jonge mensen eendrachtig bezig is een prestatie neer te zetten. Misschien wel op het moment dat jij in de kerk zit. Want de Geest van God heeft zich nog nooit laten opsluiten. Niet in de kerk, niet in de tempel, niet in je huis... De Geest van God heeft zich nog nooit beperkt tot vrome gelovigen alleen. Talrijk zijn de verhalen over andere mensen die gegrepen werden, aangeraakt op een manier die ze nooit voor mogelijk gehouden hadden, van kerkvaders tot hedendaagse mensen.
Geloven in de heilige Geest betekent dat je je tieners durft los te laten, dat je vertrouwen hebt in wat je alle jaren daarvoor met ze hebt beleefd en gedaan. Laat de Geest maar waaien...!

PINKSTEREN - 2: Ruiken we al water?
De tijd is gelukkig (en hopelijk!) voorbij dat wij in het Westen dachten dat we alle wijsheid in pacht hebben. Ook de zending is niet langer meer een beweging van West naar Oost of van Noord naar Zuid. Daarom is het belangrijk open te staan voor wat christenen uit andere delen van de wereld ons doorgeven.

Zo waren er onlangs twee christenen uit Zuidelijk Afrika bij de landelijke kerk in Utrecht op bezoek, die voor de kerk in Nederland de volgende boodschap uit Job 14: 7-9 hadden meegebracht: 'Want voor een boom blijft er nog hoop; wordt die omgehouwen, hij loopt weer uit, en zijn nieuwe scheuten blijven niet achterwege. Wanneer zijn wortel in de aarde veroudert en zijn tronk in de grond afsterft, dan bot hij weer uit, zodra hij water ruikt, en schiet twijgen als een jonge plant.'

Job antwoordt zijn vriend Zofar en spreekt over de sterfelijkheid van de mens. Hij vraagt zich af: zal de mens herleven als hij sterft? (vers 14). Hij is daar heel somber over (vers 19b). Om de ernst daarvan te benadrukken, heeft hij in vers 7 reeds het contrast laten zien met een boom waarvoor 'hoop blijft', ook al is hij omgehouwen.
Zo blijft er volgens deze Afrikaanse broeder en zuster nog hoop voor de tamelijk oude boom van de kerk in Nederland.

Hoop voor de kerk
Mijn vraag is: hoe komt dit bij u over? Had u de moed al opgegeven? Is voor u de kerk in Europa als een soort omgehouwen boom, waarvan 'de wortel veroudert en zijn tronk in de aarde afsterft'? Of moeten we dit woord uit de veel jongere kerk uit Afrika inderdaad als profetisch zien, en dus betrouwbaar?
Het was heel sympathiek te merken dat onze Afrikaanse medegelovigen vroegen om deze woorden te testen. Opvallend is dan dat ook de profeet Jesaja het al had over een afgehouwen tronk, waar een 'rijsje' (twijgje) uit zou voortkomen (Jesaja 11: 1a), maar nog verrassender is dat één van de namen van Jezus (Nazireër) te maken heeft met het Hebreeuwse woordje 'nazer', dat twijgje betekent.
De woorden uit Job zijn hoopgevend, vooral omdat onze hoop niet primair afhankelijk is van de conditie of ouderdom van de boom. Want zelfs als hij is afgehouwen of als het lijkt dat hij aan het afsterven is, lezen we: 'dan bot het weer uit, zodra hij water ruikt en schiet twijgen als een jonge plant.'

Het is bekend dat er midden in de woestijn, soms in de felste hitte, bomen groeien die veel vrucht dragen. Het geheim hiervan is dat de wortels als het ware 'water ruiken' en zich zover in het diepe zand uitstrekken dat zij water tegenkomen en daar vervolgens uit drinken. Zo is het ook het geheim van de kerk dat zij het in moeilijke en kennelijk zeer droge tijden kan uithouden wanneer zij tijdig 'water ruikt' en water tot zich neemt. Water is in de bijbel het symbool en teken voor de Heilige Geest!
Daarom mogen we elkaar in onze consumptiemaatschappij toewensen dat er bij ieder van ons een gezonde geestelijke dorst heerst. Daar heeft Jezus geweldige beloften aan verbonden (zie Mattheus 5: 6 en Johannes 7: 37-39). Aan dit laatste herinnert ook het Pinksterfeest. Dorst hebben alleen is niet voldoende. We dienen het water ook te ruiken en op de juiste plek te vinden en voldoende te drinken.
Een geluk is: na Goede Vrijdag en Pasen zijn de bronnen niet ver! Door geloof en bekering mogen we 'met vreugde water scheppen uit de bronnen van het heil' (Jesaja 12: 3).

Hartelijke groet, ook van Hanny, Gert Kwakkel

ps. Het thema water is dit jaar ook wat ons bezighoudt in verband met de Pinksterdienst, niet zozeer het vuur...

Zoeken