Het was een veelbewogen maand, de voorbije. En op het moment van schrijven is het bijna Witte Donderdag. Een avond is het nu die een wonderlijke stilte heeft. De stilte na de afgelopen weken van veel hectiek. De stilte voorafgaand aan die heel verschillende vieringen de komende dagen.
En ik moet denken aan dat prachtige gedicht van Guillaume van der Graft

Zolang er nog ergens iemand bestaat
met wie ik, als mens, kan spreken,
vind ik wel een stilte midden op straat,
een stilte die niet kan breken.
een kostbare stilte van zuiver glas
dat ik zelf met mijn stem heb geslepen.
Als ik er niet was en mijn stem er niet was
had niemand die stilte begrepen.

Maar als Hij er niet was en zijn stem was er niet,
dan was er van stilte geen sprake
alleen maar van zwijgen, zo hard als graniet,
en dat kan je doodeenzaam maken.
Maar de stilte- dat is een tweestemmig lied
waarin God en de mens elkaar raken.

Ik laat het daar even bij, voor dit moment. Er is veel in gezegd. Over dat God zich in de stilte kan openbaren, dat dat ook nódig is omdat het anders ‘dodelijk’ is; en dat mensen dat kunnen bemiddelen. Wij hebben dat ervaren, mag ik het zo zeggen? In uw betrokkenheid bijvoorbeeld. We zijn dankbare mensen. En we zijn er stil van. En vanuit die stilte gaan we de komende dagen in. Heel bijzonder om dat samen met u te kunnen vieren, juist nu, in alle onvanzelfsprekendheid.

Als u dit leest is het Pasen geweest. We hopen dat u in de diensten ergens ook dat moment van stilte hebt ervaren, dat tweestemmige lied,
dat God en u elkaar hebben ‘geraakt’.

Hartelijke groet, ook van Hanny
Gert Kwakkel