Langzamerhand wordt de Til nu echt omgebouwd tot een Kwakkelnest. En dat betekent ook dat hier in het schiedamse de urgentie wat voelbaar wordt om op te ruimen en in te gaan pakken voor ‘de oversteek’.
Bij dat opruimen en archiveren kwam ik twee dingen tegen die ik, licht bewerkt, de moeite van het doorgeven waard vindt. Het ene spitst zich toe op jongeren, het andere is bijbels-theologischer van aard.

PINKSTEREN 1: Waar begin je aan?
Pinksteren: het laatste en onbegrijpelijkste van de drie grote, christelijke feesten. Wat kan Pinksteren voor ons en voor onze kinderen betekenen? Als je er dieper over probeert na te denken, wordt het steeds lastiger op deze vragen een antwoord te geven.

En dan komt Pinksteren...
Over Kerstmis valt wel wat te zeggen: het gaat om de komst van Jezus, het licht der wereld. Tegelijkertijd besef je dat hiermee volstrekt niet alles gezegd is, maar wel heel veel. Pasen wordt al moeilijker: praten over dood en opstanding is nooit eenvoudig en zeker niet als je met tieners praat. Dan praat je met jonge mensen die druk bezig zijn een eigen visie op de zin van het leven te ontwikkelen. Dood lijkt zo ver bij hen weg.
En dan komt Pinksteren... Ik zei tegen de eerste de beste tiener die ik tegenkwam, een neefje die hier langskwam: 'Ik moet schrijven over tieners en Pinksteren.' Het antwoord was direct en realistisch: 'Nou nou, waar begin je aan!'

Het wordt weer mooi weer
Voor veel mensen is Pinksteren de tijd van het begin van de zomer, het mooie weer, vrijheid en het weer proberen van de tent. Van het met volle teugen ademhalen en genieten van het leven zoals het zou moeten zijn. Uitstapjes worden gepland, er worden kampweken en sporttoernooien georganiseerd. Voor tieners is dit een drukke, maar mooie tijd waarin veel sociale vaardigheden worden geoefend. In oude tijden was dit het feest van de eerstelingen van de oogst. Van het binnenhalen van de eerste resultaten van het werk.

'Dat wat maakt dat je gelooft...'
Een heel goede uitleg van de betekenis van de heilige Geest hoorde ik van een vriendin die in het onderwijs werkt. Zij greep toch altijd weer terug naar de uitleg die zij in haar eigen kindertijd gehoord had: 'De heilige Geest is dat wat maakt dat je gelooft.' En zo is het ook, denk ik.
Tegelijk blijft er ruimte voor de twijfel van elk christenmens, om het eens ouderwets te zeggen. Wat maakt dat ik geloof? En geloof ik wel genoeg? Twijfel hierover is bepaald niet alleen van vroeger eeuwen. Hoe moet ik geloven? Onzekerheid is geen schande. Iedereen die over dit onderwerp nadenkt, komt die twijfel tegen. Die zal bij de mens blijven zolang er mensen zijn.

'Laat me met rust'
Twijfelen, dat lijkt wel het handelsmerk van tieners. Je onzeker voelen. En tegelijkertijd de behoefte hebben om gerespecteerd te worden. Om eigen gedachten te mogen hebben. Om een onderwerp aan te snijden en praktisch in één adem daarop te zeggen: 'Je begrijpt me toch niet. Laat me met rust.' Het is de tijd om niet mee te gaan naar de kerk, want wat daar geboden wordt spreekt lang niet altijd meer aan. Het is de tijd om hardop te zeggen wat onze jongste al vroeg formuleerde: 'Ik zie hem niet, dus Hij is er niet.' En dat met de ondertoon van 'en wat denk je hieraan te doen?'. Het is de tijd waarin ze toch ineens vragen om een avondgebed en dan samen met jou filosoferen over de zin van de doodstraf. Of over nog iets anders.

Laat maar waaien...!
Als tieners wat ouder worden, zie je hoe ze omgaan met wat ze van jou en in de kerk en op school geleerd hebben. Hoe ze omgaan met de opgaven in hun leven en met hun medemensen, met vallen en opstaan. Ik denk dat dit ook het moment is om een kind over te laten aan de heilige Geest. In het vertrouwen dat die aanwezig is op het sportveld, waar een stel jonge mensen eendrachtig bezig is een prestatie neer te zetten. Misschien wel op het moment dat jij in de kerk zit. Want de Geest van God heeft zich nog nooit laten opsluiten. Niet in de kerk, niet in de tempel, niet in je huis... De Geest van God heeft zich nog nooit beperkt tot vrome gelovigen alleen. Talrijk zijn de verhalen over andere mensen die gegrepen werden, aangeraakt op een manier die ze nooit voor mogelijk gehouden hadden, van kerkvaders tot hedendaagse mensen.
Geloven in de heilige Geest betekent dat je je tieners durft los te laten, dat je vertrouwen hebt in wat je alle jaren daarvoor met ze hebt beleefd en gedaan. Laat de Geest maar waaien...!

PINKSTEREN - 2: Ruiken we al water?
De tijd is gelukkig (en hopelijk!) voorbij dat wij in het Westen dachten dat we alle wijsheid in pacht hebben. Ook de zending is niet langer meer een beweging van West naar Oost of van Noord naar Zuid. Daarom is het belangrijk open te staan voor wat christenen uit andere delen van de wereld ons doorgeven.

Zo waren er onlangs twee christenen uit Zuidelijk Afrika bij de landelijke kerk in Utrecht op bezoek, die voor de kerk in Nederland de volgende boodschap uit Job 14: 7-9 hadden meegebracht: 'Want voor een boom blijft er nog hoop; wordt die omgehouwen, hij loopt weer uit, en zijn nieuwe scheuten blijven niet achterwege. Wanneer zijn wortel in de aarde veroudert en zijn tronk in de grond afsterft, dan bot hij weer uit, zodra hij water ruikt, en schiet twijgen als een jonge plant.'

Job antwoordt zijn vriend Zofar en spreekt over de sterfelijkheid van de mens. Hij vraagt zich af: zal de mens herleven als hij sterft? (vers 14). Hij is daar heel somber over (vers 19b). Om de ernst daarvan te benadrukken, heeft hij in vers 7 reeds het contrast laten zien met een boom waarvoor 'hoop blijft', ook al is hij omgehouwen.
Zo blijft er volgens deze Afrikaanse broeder en zuster nog hoop voor de tamelijk oude boom van de kerk in Nederland.

Hoop voor de kerk
Mijn vraag is: hoe komt dit bij u over? Had u de moed al opgegeven? Is voor u de kerk in Europa als een soort omgehouwen boom, waarvan 'de wortel veroudert en zijn tronk in de aarde afsterft'? Of moeten we dit woord uit de veel jongere kerk uit Afrika inderdaad als profetisch zien, en dus betrouwbaar?
Het was heel sympathiek te merken dat onze Afrikaanse medegelovigen vroegen om deze woorden te testen. Opvallend is dan dat ook de profeet Jesaja het al had over een afgehouwen tronk, waar een 'rijsje' (twijgje) uit zou voortkomen (Jesaja 11: 1a), maar nog verrassender is dat één van de namen van Jezus (Nazireër) te maken heeft met het Hebreeuwse woordje 'nazer', dat twijgje betekent.
De woorden uit Job zijn hoopgevend, vooral omdat onze hoop niet primair afhankelijk is van de conditie of ouderdom van de boom. Want zelfs als hij is afgehouwen of als het lijkt dat hij aan het afsterven is, lezen we: 'dan bot het weer uit, zodra hij water ruikt en schiet twijgen als een jonge plant.'

Het is bekend dat er midden in de woestijn, soms in de felste hitte, bomen groeien die veel vrucht dragen. Het geheim hiervan is dat de wortels als het ware 'water ruiken' en zich zover in het diepe zand uitstrekken dat zij water tegenkomen en daar vervolgens uit drinken. Zo is het ook het geheim van de kerk dat zij het in moeilijke en kennelijk zeer droge tijden kan uithouden wanneer zij tijdig 'water ruikt' en water tot zich neemt. Water is in de bijbel het symbool en teken voor de Heilige Geest!
Daarom mogen we elkaar in onze consumptiemaatschappij toewensen dat er bij ieder van ons een gezonde geestelijke dorst heerst. Daar heeft Jezus geweldige beloften aan verbonden (zie Mattheus 5: 6 en Johannes 7: 37-39). Aan dit laatste herinnert ook het Pinksterfeest. Dorst hebben alleen is niet voldoende. We dienen het water ook te ruiken en op de juiste plek te vinden en voldoende te drinken.
Een geluk is: na Goede Vrijdag en Pasen zijn de bronnen niet ver! Door geloof en bekering mogen we 'met vreugde water scheppen uit de bronnen van het heil' (Jesaja 12: 3).

Hartelijke groet, ook van Hanny, Gert Kwakkel

ps. Het thema water is dit jaar ook wat ons bezighoudt in verband met de Pinksterdienst, niet zozeer het vuur...